zij was een storm, een prachtige storm
raasde eerst door mijn lichaam en dan door ons huis en onze harten
ze gooide alles maar dan ook alles overhoop
en ik wist niets meer:
waar te zitten, hoe te staan, wat te voelen, wie ik was
ze stormde in mijn hart en hoofd
op den duur wist ik: dat ik zo’n liefde nog nooit gevoeld had, liefde die me beangstigde en wezenlijk veranderde,
ik was méér geworden (‘mama’ ofzo) en moest mezelf opnieuw leren kennen
die jaren met haar, het zijn de moeilijkste en mooiste uit mijn leven
jaren vol worsteling, wanhoop, twijfels en frustratie
maar ook: bakken liefde, geduld, begrip en ontroering
nodig om haar ruimte te geven om te stormen, de bliksem en donder een plaats te geven
en ook te bewonderen maar die de storm in haar ook af en toe kunnen doen liggen
hij is een riviertje, een heerlijk riviertje
vloeide door mijn lichaam en kabbelde ons huis binnen
stilletjes en voorzichtig alsof hij ons niet wou storen
en ik weet het nu:
waar ik zit en waarom, wat ik voel, wie ik ben
hij brengt rust in mijn hart en hoofd
de alles overweldigende liefde ken en herken ik, maakt me niet meer bang,
ik hoefde maar één keer mama te wórden, deze keer ben ik het gewoon
ik weet wie ik ben en dat het goed is zo
de eerste weken met hem erbij kloppen helemaal
weken waarin zij stormt en hij kabbelt, en soms andersom, wij worstelen en twijfelen
maar onze bakken vol liefde, geduld, begrip en ontroering staan in elke kamer van dit
huis en er is genoeg voor hen samen, niet altijd (zoals er ook niet altijd genoeg was voor haar alleen)
maar uiteindelijk wel, altijd
wat een prachtbuit, die twee