je lange, krullende wimpers
als wijsvingers die ons wenken:
kom dan
en we komen maar al te graag
aan de borst aai je zachtjes mijn arm
op en neer
alsof je wil zeggen:
je doet het goed mama
een bank vooruit
en een kus van de juf
je voelt geen haast om dingen te leren
’t is goed zoals het is
je blijft graag zitten waar je zit
zolang wij in de buurt zijn
en er genoeg wordt aangedragen
het liefst met touwtjes en lintjes
zodat je vingertjes kunnen wriemelen en frullen
je voelt je nog een pasgeboren baby denk ik soms
hulpeloos en afhankelijk
of een oud ventje
wijs, in rust
en een beetje lui
je voetjes zachte kussentjes
die kusjes vragen
waarna steevast geschater volgt
geschater ook als je moe bent
en zij zich weer eens huilend op de grond werpt
prachtig theater vind je dat
dramatiek ten top
en als ze schreeuwt:
HET IS NÍET GRAPPIG!
dan kom je niet meer bij
en soms, steeds vaker
is daar ineens datzelfde drama
laat je zien dat ook jij pittig kan zijn
dat er ook wel wat vuur schuilt
in die schijnbaar immer tevreden boeddha
wij kennen pittig
wij kunnen dat aan
laat maar komen!
