De dochter wurmde zich vanmorgen in haar broek. De pijpen kwamen tot enkele centimeters boven haar enkels, haar t-shirt liet een stukje buik bloot en ik dacht aan wat ze enkele dagen geleden had gezegd. Ze had zelf een schatkaart gemaakt: een verfrommeld – want supersuperoud – zakdoekje met daarop een kronkellijntje dat in een kruis eindigde. Ze had de schatkaart onder een steen gelegd en die daarna met de nodige opwinding “ontdekt” en wij dus op zoek naar de schat. We volgden het plannetje en ze fantaseerde over wat er in de schat zou kunnen zitten. Ze hoopte op zo’n kist zoals piraten hebben, vol goud. Wat ze er dan mee zou kopen, vroeg ik. Dat was gemakkelijk: snoep en vlaggetjes en luchtballonnen. “Oh, en grotere kleren. Want ik ben een beetje groter geworden.” Autsj. Dat kind groeit zo traag en blijft zo fijn dat ze al jaren dezelfde kleren draagt. En haar moeder, die een hekel heeft aan shoppen, vindt dat vreed gemakkelijk. Maar vanmorgen keek ik dus naar haar en inderdaad, ze was zowaar echt een beetje groter geworden. De gekregen kleren die op zolder lagen, helaas nog veel te groot.
Ik voelde me toch wat schuldig nadat ze naar school was vertrokken. Ik keek het zoontje aan. Zou ik me eraan wagen? Hij zag het alvast helemaal zitten en zong “wij gaan naar winkel, wij gaan naar winkel” op de fiets. We waren vroeg en het was nog relatief rustig. Het zoontje kon zijn geluk niet op. Bij elk kledingstuk dat hij maar te pakken kreeg: “JA, KOPEN!”. En als ik nee zei, vloog het met een zwier over zijn schouder op de grond. Zijn schoenenobsessie werd ook lekker gevoed. “JAAA, SOENTJES!” riep hij en zette elk paar dat hij tegen kwam netjes op de grond in het midden van de winkel. Hij hoorde mijn protesten amper (danku vort mondmasker) dus ik probeerde tegelijk de gevallen kledingstukken op te hangen, de schoentjes terug te zetten, het zoontje zijn enthousiasme wat te temperen en te beslissen welke maat en welke kleur… Multitasken. Ik kan het niet. Ondertussen had het zoontje besloten dat deze winkel zich ook perfect leende tot polyvalente wegloop- en verstopruimte. Eigenlijk best handig dacht ik, terwijl ik iets gefocuster enkele broeken kon bekijken. Minder handig was het feit dat hij het truitje en de 2 paar kousenbroeken die hij per se “sellef” wou dragen (de enige 2 dingen waar ik wél zeker van was dat ik ze zou kopen) ergens in de winkel was kwijtgespeeld. Ik had het ondertussen echt gehad en wist dat ik snel moest gaan afronden voor mijn eigen mentale gezondheid. Ik koos wat broeken en een t-shirt, nam de moeite niet meer om de kousenbroeken & het truitje nog te gaan zoeken, en probeerde het zoontje richting kassa te dirigeren. De bak vol kousen (“JAAA, KOUSJES!”) moest er uiteraard ook nog aan geloven dus de verkoopster scande de kleren terwijl ik alle kousen terug in de bak legde.
Of ik al een ‘Member’ was? Dan kon ik meteen 10% korting krijgen. Mijn man wel, maar dat bleek niet genoeg, want hij had zijn eigen app en ik moest ook een app hebben. “Gewoon even deze QR-code scannen en een profieltje aanmaken, doet u maar rustig, ik help ondertussen even de andere klanten.” Dat wekte reeds enige argwaan. De QR-code bracht me naar de website waar bij het aanmaken van mijn “profieltje” mijn e-mailadres al in gebruik bleek en uiteraard wist ik niet meer welk wachtwoord ik gekozen had. Nieuw wachtwoord aanvragen dus. Ondertussen was mijn zoontje volledig los aan het gaan. Liep richting de roltrap, plukte sandaaltjes met glitters van het rek, legde die net niet op de roltrap, kwam met een pakje onderbroeken aangelopen en een geruit kleedje voor papa, kroop in een kast die daar duidelijk niet voor gemaakt was (maar die moedig standhield) en riep: “JAA, BOOTJE VAREN!”. Ik probeerde hem uit de kast te lokken, ondertussen nogmaals in te loggen en in de buurt van de kassa te blijven. Mijn mondmasker begon serieus tegen te steken en ik had het veel te warm. Ik was eindelijk ingelogd, dacht ik. Toonde mijn gsm aan de verkoopster. “Nu moet u nog even de app installeren mevrouw, doet u maar rustig, ik help ondertussen de andere klanten.” “Oh en houdt u uw zoontje in de gaten? Hij staat vlakbij de roltrap.” …
Af en toe blokkeert het een beetje in mijn hoofd. Dit was zo’n moment. Ik opende nog even op automatische piloot mijn “Play Store” maar merkte toen dat ik gewoon niet verder kon. Dat ik het vertikte om die verdomde app nog te installeren. Dat ik boos stond te doen op het zoontje, terwijl ik eigenlijk boos was op de verkoopster. Dat het toch ongelooflijk was hoeveel een mens moest doen om recht te hebben op die achterlijke korting. Dat ik die korting niet hoefde. Neen, dat ik die kleren zelfs niet hoefde! “Weet je wat? Het hoeft niet meer. Laat maar.” Ik liet de kleren liggen aan de kassa, nam het zoontje bij de arm en liep naar de roltrap. “HOEFT NIET MEER!” riep het zoontje nog vrolijk naar de verkoopster. En weg waren we. Buitengekomen trok ik mijn mondmasker naar beneden en hapte naar verse lucht. Ik dacht aan dit verloren uur, voelde de frustratie uit mijn lijf stromen en kickte een beetje op het feit dat ik mij eens een keer níet sociaal wenselijk had gedragen.
Het zoontje en ik gingen op een bankje zitten in de zon. We giechelden en aten gedroogde mango en kwamen thuis zonder kleren voor de dochter. Ze was ook maar een béétje groter geworden. Ze zou deze winter nog wel kunnen overbruggen met haar afgedragen, te korte kleren. In de lente zou ik nog wel eens een nieuwe poging ondernemen. Of nog beter: misschien pasten tegen dan de kleren op zolder wel!