je was niet moe
je lijfje onrustig
ik
na zo’n vijf keer op en af
wél moe
had me erbij neergelegd
zag je in streepjes
jij stil nu – dat moest
maar ik zag je
eeuwig bewegen
benen de lucht in,
de knuffel liet je
alle hoeken van je bed zien
krassende nagels
luidruchtig gesmak
slaap nog ver weg
ik onderdrukte ergernis
focuste op je zachte lokken
die ik in gedachten aaide
luisterde naar je ademhaling
verbaasd plots
dat er nog leven was in deze kamer:
mijn god!
mijn kind
mijn prachtige kind
via
los van
altijd deel van
mij
maar het was nogal veel
leven
op dit uur
ik zuchtte, geeuwde, wist
nog even volhouden
en dan is de slaap daar
ineens
ik had gelijk
ik zag het niet aankomen
voor ik er erg in had
sliep ik