
Na zo’n 6 maanden lesgeven met mondmasker moet ik toegeven: het is nog steeds vreselijk irritant maar het went ook wel een beetje. En, optimistisch als ik ben, heb ik zelfs – op vraag van Erika Vlieghe – enkele voordelen ontdekt:
- Blozen. Je ziet het met mondmasker amper als iemand bloost. Blijkbaar vinden mijn hersenen dat zo geruststellend dat blozen onder dat mondmasker helemaal niet meer voorkomt. Als dit mondmaskertijdperk ooit voorbij is, moet ik dus “gewoon” een manier vinden om mijn hersenen te overtuigen dat mijn gebloos niet zichtbaar is, en dan zal ik voor eeuwig en altijd van deze irritante eigenschap verlost zijn.
- Koortsblaren. Het was lang geleden maar ik had gisterenochtend weer prijs. Je kent het wel, zo’n branderige, brokkelige koortsblaas, werkelijk een prachtig zicht waar mijn cursisten dan 3 uur lang moeten op zitten zien. Maar nu dus, mooi verborgen achter mijn prachtige mondmasker. (Ik wil optimistisch zijn, dus zet dit maar even tussen haakjes: dat betekent helaas wel 3 uur lang zo’n stofje dat tot bloedens toe over de koorstblaas schuurt)
- Dingen die uit je neus hangen. Niets is zo irritant als naar een leraar/spreker/gesprekspartner… te moeten kijken bij wie een brokje/druppel/snotsliert aan de neus bungelt. Ik check dan ook altijd zorgvuldig mijn neusgaten voor ik aan mijn les begin. Dat moet nu dus niet meer. Ik kan dus ‘s ochtends een volle minuut langer slapen! En mijn kinderen houden daar ook altijd rekening mee!
Hierbij helpt het mondmasker helaas niet:
- Tandpastavlekken op mijn kleren. El-ke keer op-nieuw. Om pas in de pauze te zien, de vlek er dan met water uit te proberen wrijven waardoor ik er de rest van les uitzie alsof ik aan het lacteren ben. En ik heb al genoeg gelacteerd in mijn leven!
- Ladders in mijn panty’s.
- Okselvijvers.
- Struikelen over de poten van het bord. En over de stoel die naast het bord staat. En daarna terug over de poten van het bord. En botsen tegen de scherpe hoek van de tafel omdat mijn lichaam al iets te vroeg naar rechts werd gestuurd, buiten mijn wil om. (Algehele lompheid eigenlijk.)
- Mijn fles water die op de grond dondert nadat ik er met mijn achterwerk tegen bots, el-ke les. Waardoor mijn cursisten zich iedere keer rot schrikken.
Zei ik al dat ik optimistisch ben? Ik zie het namelijk ook helemaal goed komen.
Ik voorspel dat er een virus komt dat zich ook via onze poriën zal verspreiden. We zullen ons dan in een soort van ruimtevaartpakken moeten voortbewegen. Een mondmasker zal tegen dan pure nostalgie zijn. En dat pak heeft niet alleen dezelfde voordelen als het mondmasker, nee, beter nog, het zal mijn andere vervelende euvels ook verhelpen!
Alleen die algehele lompheid. Die zal blijven. Maar iedereen zal er dan mee worstelen, gezien de ruimtevaartpakken. En ik zal een voorbeeld worden van hoe je lomp én gelukkig kan zijn. Workshops en lezingen geven. Op (ingepakte) handen gedragen worden (en af en toe op de grond vallen). Uiteindelijk tot koningin gekroond!
Erika had gelijk. We moeten stoppen met al dat zeuren, er wacht ons (mij althans!) een stralende toekomst.