Zoveel kleur

Ik zit op het toilet met het boek “Jij en ik en alle andere kinderen”. Ik kreeg het daarnet in bed. Ze zongen, zij had een tekening en hij bracht koffie en dat boek dus. Van Bart Moeyaert. Zogezegd voor kinderen maar zowel het kind als de vrouw in mij vinden het prachtig. Ik glimlach om de laatste zin van een gedicht. Ineens gaat de deur van de badkamer open. Een poesje en haar baasje komen binnen. Het baasje zegt dat ik in hun kasteel zit en de bewaker ben. Een bewaker met de broek op de enkels en een boek op schoot. Ik leg het boek opzij en spoel door. De poes miauwt.

Even later sta ik onder de douche van het kasteel. De poes zit op handen en knieën op een krukje naast de douche. Het baasje zeult met bekertjes en een theepot en ze drinken thee en chocomelk. De poes zegt bewaker, bewaker, bewaker, bewaker, bewaker! En dan herinner ik me dat ik dat ben. Of ik ook chocomelk wil?

Ik scheer mijn benen. Het baasje en de poes komen kijken. Zijn nieuwsgierig en bezorgd. Of dat geen pijn doet? Of het echt geen pijn doet? De poes zal op een dag vragen waarom ik dat doe. En papa niet. En of zij dat later ook moet doen. Ik denk na over wat ik dan zal antwoorden. Ja, dat is belachelijk. Onnozel. Stom. Nee, jij moet dat niet doen want je lijf is je lijf en prachtig zoals het is. Nooit moet je het veranderen. Gewoon graag zien. Dat zal ik dan zeggen terwijl ik doorga met scheren en epileren en doen alsof het geen moeite is. Ik luisterde enkele dagen terug met tranen in de ogen naar de eerste 2 afleveringen van ‘Lijf’, een podcast van Radio 1. Ik weet dat ik mijn lijf vooral tolereer in plaats van het graag te zien. Dat ik dat nooit echt geleerd heb en ik het haar wél wil leren. Maar hoe dan.

Het baasje huilt plots want zijn vinger zat onder het deksel van de theepot. De poes wil hem troosten maar hij wil alleen de bewaker. Rent bijna met kleren aan de douche in. De man komt en stuurt hen de badkamer uit. Kleertjes aan, tandjes poetsen, we gaan zo naar oma en opa. Gejuich.

‘s Avonds bekijk ik haar tekening nog eens. Een groot hart. Met heel veel kleur. Een klein hartje ernaast. Wie haar niet kent denkt misschien: haastig ingekleurd, wat buiten de lijntjes, veel moeite heeft ze niet gedaan. Maar ik ken mijn ongedurige kind. Weet dat ze normaal tekent alsof de eerste lijn haar al verveelt. Tekent haastig van zich af. Kleurt niet in. Geen details. Wil er klaar mee zijn. Vaak verscheurt ze ze nadien ook. Teleurgesteld dat het dat maar is. Schreeuwend dat ze haar tekening haat.

En nu dit hart. Al die vakjes. Ze heeft de ene na de andere stift uitgezocht. Lijntjes getrokken. Wellicht tijdens het inkleuren spijt dat ze het hart zo groot getekend had. Maar doorgezet. Het grote hart dat barst van de kleuren en in haar kielzog dat kleine hartje. Ik moet haar morgen vertellen dat ik het gezien heb. Dat ze liefde tekende. Onuitputtelijke, kleurrijke, onvoorwaardelijke liefde. Dat zij, mijn eerste, ter wereld kwam en samen met het vruchtwater die overrompelende stroom van liefde en kleur ons leven in gutste. Ik ga morgenochtend bij haar in bed liggen. Haar haren strelen. Haar gezicht koesteren. Zeggen dat ik het allemaal gezien heb.

Plaats een reactie