het zou straks weer gaan regenen

na een nacht vol buien
fietsten we in de vroege ochtend door het park
één kind bij mij, het andere fietste zelf
ze taterden om het hardst

ik keek naar al dat groen
dat nog moe en loom
zwaar van al die liters
lag te bekomen

en bij de eerste zonnestralen
richtte het zich op: fris en hoopvol
damp steeg op uit de grond
en wij middenin die pracht
haalden diep adem en vielen stil

hij had de dochter over atomen verteld
dat alles daaruit bestaat
ze dacht daar nu al dágen over na

we zagen prille zwanenkuikens,
een veulen, een reiger en een specht
we lachten om de meerkoet
hoe die in het water dook
allemaal atomen, vroeg ze?
allemaal atomen, echt

en toen ik zei:
snuif eens diep, kijk eens om je heen
zie hoe wonderlijk die boom
zweeg zij eerst en juichte toen
ze wist wat niet uit atomen bestond:
haar schaduw en haar droom

nu dit was opgelost wat haar betrof
ze weer magie gevonden had 
vervolgden wij – alledrie tevreden nu –
onze weg door het Rivierenhof

ik zag haar alweer fronsen
hoorde het ongeduldige drummen van
nieuwe twijfels en vragen op een kier
het zou straks weer gaan regenen
maar nu scheen de zon
en wij waren hier

Plaats een reactie