Gebakken suiker

Hij roept me. Ligt in zijn nieuwe, grote bed in de kamer die nu hun kamer is. 

Ze oefenen al twee dagen. “Onze kamer” zeggen ze, en dan glunderend naar elkaar kijken. Op vakantie sliep hij al twee weken in een groot bed op dezelfde kamer als zijn zus. En dat ging goed. Hij vroeg geregeld naar zijn bedje. Wanneer we weer naar ons eigen huis zouden gaan en hij terug in zijn eigen bedje kon slapen. Met zijn twee tutjes en zijn twee baby’s. Hij stak dan van elk handje zijn duim en wijsvinger op. 

Zijn lijfje groeide uit zijn bedje, maar toch wilde hij er blijven slapen. In zijn ‘slaakslak’ met zijn gezicht in een hoekje tegen de spijlen. We vroegen het soms. Of hij het grote bed niet eens wilde proberen. Het stond daar al een tijdje klaar, naast zijn babybedje. Geduldig te wachten. Maar hij koos dan veilig en bekend. Hij heeft dat van geen vreemde. 

Op vakantie was er enkel dat grote bed. En het ging goed. De thuiskomst dus het moment voor die steeds weer uitgestelde verandering. En meteen bij zijn zus op de kamer. Dat wilde ik al een tijdje. De man twijfelde steeds want zouden ze dan niet slechter slapen, vroeger wakker zijn en we hadden toch twee kamers. Mijn eigen herinneringen aan alleen slapen als kind zijn niet zo fraai. Mijn angsten kregen dan de overhand. Op den duur was ik overdag al bang voor de nacht die me zonder genade elke avond weer opwachtte. Die nooit een keer kon worden overgeslagen. Dus hield ik vol. 

De man haalde zijn bedje uit elkaar. Hij was erbij en hielp. Ze sleepten het grote bed naar de kamer van zus. En oefenden ‘onze kamer’ en ‘de speelkamer’. En toen ging de bal aan het rollen. Want die grote slaapbank die bij ons op zolder stond, kon nu naar de speelkamer, zo werd het ook een logeerkamer. En toen kwamen zakken vol kleren en andere spullen tevoorschijn die veilig achter die slaapbank weg geborgen stonden. En de vriendin die van opruimen en inrichten houdt was er toevallig bij. Dus toen begonnen we de zolder op te ruimen. Zakken vol kinderkleren gingen eruit. Dekentjes van toen ze klein waren. Voor de kringloopwinkel. Een loopkarretje. Lelijk en van plastiek. Ze zetten er allebei hun eerste stapjes mee. Een zak vol zwangerschapkleren. Waar mijn buik tegenaan zwol en armpjes, oortjes en hersenen onder groeiden. Ik zag de man genieten. Zoveel kleren weg. De zolder werd ruimer. Rustiger. Ons bed kon nu anders staan. Er kwam een hele muur vrij. Ik zag het ook. Maar voelde het niet. 

‘s Avonds lag ik in bed. In die opgeruimde zolder. Gezelliger ingericht nu. Ruimte en rust. En ik voelde me wat ontwricht. Die kleertjes. Waar ze eerst in- en later uitgroeiden. Waar zij voor het eerst in kroop en de buitenproportionele euforie en trots bij ons toen. Broekjes, afgesleten aan de billen want daarop schoof hij aan een stevige snelheid door het huis. Pakjes waarin ze gulzig dronken aan de borst en hoe mij dat altijd bleef verbazen. Tegen mij aan in slaap vielen. Geurden naar zure spuug en uitgelopen pamper. Dekentjes waar ze voor het eerst op rolden. Dat loopkarretje. Waar zij op 9 maanden al het huis mee rond croste. En hij, 19 maand oud, zich eindelijk, bijna met tegenzin, eens aan optrok. Ik miste hen. Die versies van mijn kinderen die ik al die tijd dicht bij mij had op de zolderkamer. Ik dacht aan mijn man en hoe zeker hij was, meteen na de geboorte van de tweede. Dat twee genoeg was. En hoe ik nooit zeker ben, over niets. En kiezen is verliezen. Ik voelde verlies. Ik dacht aan mijn zoon die zo had uitgekeken naar zijn kleine bedje, twee weken lang. Daar lag hij nu, in een nieuwe kamer en in een bed waar hij amper in te vinden was, enkel zijn twee tutjes en twee baby’s waren gebleven. Hij had niet geklaagd. Niet naar zijn kleine bedje gevraagd. Ze hadden goed geslapen. 

Hij roept me. Vanuit zijn grote, nieuwe bed. We zijn al beneden, zij aan het ontbijten maar hij wou nog even blijven liggen. Ik ga kijken. en tut in zijn mond en eentje naast hem op ooghoogte, in elke hand een baby. Beentjes opgetrokken en zijn neusje begraven in zijn kussen. Tevreden. Hij ziet er tevreden uit. Hij kijkt op en zegt: “Mama, ik ruik naar gebakken suiker.” Ik frons, gebakken suiker? “Ja, zoals op een pannepoek. Ruik eens?” Ik ga bij hem liggen, want dat kan nu, met mijn neus in zijn nekje en ruik het ook. Gebakken suiker. En tevredenheid.

Een gedachte over “Gebakken suiker

Plaats een reactie