iemand met plaats in de zetel
waar het ruikt naar herfst
zelfs in de lente
en naar mandarijn
iemand die hard kan lachen
kruimels van mijn wang veegt
zo gewoon
dat het nooit meer
gewoon
zal zijn
die zwaait en blijft
zwaaien
tot ik allang uit het zicht
en gedroogde appeltjes met kaneel
in een zakje
goed dicht
waar kaarsen aan gaan
als het donker wordt
en die soms wat huilt
omdat het
altijd weer
donker wordt
iemand die woorden kiest en schikt
anders dan ik ze denk
die zachter wordt in de avond
en twee voeten
stevig op de grond
iemand die anders kijkt
en voorzichtig
mijn blik stuurt
naar waar het licht zacht is
en dat is hier
iemand met kasten vol
schelpen en geuren, woorden en noten
zachte melodieën
hoedjes van papier
iemand die me gooit en vangt
gooit en vangt
gooit
en vangt
iemand die lief heeft
en verder niets
helemaal niets
van me verlangt
