In een poging hier niet meteen weer stil te vallen, deel ik dit. Nog zoiets dat ik een paar maanden geleden schreef, maar waar ik nadien niet verder mee geraakte. Ik wou eens een liedtekst schrijven en dit was mijn eerste poging. Ik had niet goed nagedacht over wat daarna en aangezien ik helemaal niet muzikaal ben, is het in die eerste fase blijven hangen. Ik kreeg het ook niet echt meer omgevormd tot een gewoon gedicht, dus ik deel het maar zo, met een soort refrein dat telkens terug komt. Ik heb geen idee hoe dit leest als je er de melodie niet bij hoort, maar kijk, die middelvinger zegt me dat ik het toch maar gewoon moet delen.
je bent best tevreden
en de plooien van de dagen
strijken zachtjes langs je arm
je wou dit leven
en ze lachen en
hun lijfjes in je armen zijn zo warm
‘maar soms
dan stopt
de tijd
en soms dan voel je spijt
want die koude winternachten
zachte zoenen op de tram
en dat ongeduldig wachten
vol verlangen voor wat kwam
het was dansen zonder richting
en dan gloeien van de wijn
je kon klimmen op ideeën
en het vallen deed geen pijn’
je fietst door de jaren
de richting is helder,
de spelers staan vast
je kleurt je haren
en je wil echt niet ontkennen
dat de route je wel past
‘maar soms
dan stopt
de tijd
en soms dan voel je spijt
want die koude winternachten
zachte zoenen op de tram
en dat ongeduldig wachten
vol verlangen voor wat kwam
het was dansen zonder richting
en dan gloeien van de wijn
je kon klimmen op ideeën
en het vallen deed geen pijn’
je zingt in de keuken
en de rimpels bij je ogen tonen
dat je nog vaak lacht
je wiegt met je heupen
want het dansen is gebleven
en het gloeien in de nacht
‘maar soms
dan stopt
de tijd
en soms dan voel je spijt
want die koude winternachten
zachte zoenen op de tram
en dat ongeduldig wachten
vol verlangen voor wat kwam
het was dansen zonder richting
en dan gloeien van de wijn
je kon klimmen op ideeën
en het vallen deed geen pijn’