deze ochtend de tuin in
het had na lange droge weken
eindelijk geregend
het was ellendig geweest
toen het vóór de droogte maar bleef regenen
hoe het al zoveel en zolang geregend had
je lichaam
je gedachten
je hart
gerimpeld
te lang geweekt in melancholie
en dan die euforie
die eerste dag vol zon en warmte
de bomen die tevreden zuchtten
het gras dat zich tevergeefs oprekte
mensen die ineens dansten op straat
dat het altijd zo moest blijven
dat wilde je toen nog
dat die eerste warmte
je weer onder die sterrenhemel blies
zijn hand vlak naast je en je durfde niet
en in dat eindeloze meer omringd door bergen
water zo warm dat er amper nog verschil
tussen jou en het water en jij plots het hele meer werd
met je rugzak op de rug
geblutste drinkbus
tussen de dennenbomen
en de geur van alles kan
graven in zand,
eerst warm en zacht
steeds natter en kouder en dan plots
de vingers van die ander voelen
dat het altijd zo moest blijven
dat wilde je toen nog
en toen bleef de zon maar branden
hoe die al zolang en zoveel geschenen had
dat je lichaam
je gedachten
je hart
gekookt
te lang gesudderd in nostalgie
en dan nu dus
na die eerste regen
je tuin tevreden knorrend
met de buik naar boven
loom en nagenietend van die langverwachte regen
luid ademend
met bonkend hart
zoals na het vrijen
wachtend op de zon alweer
naïef
net zoals je lichaam
je gedachten
je hart