Over ongeduld en wachten

Als kind was het mijn lievelingsmaand want ik ben dan jarig. Blijkbaar was één dag in het middelpunt van de belangstelling mogen staan, genoeg om een hele maand tot lievelingsmaand te kronen. Toen ik ouder werd en jarig zijn wat van zijn magie begon te verliezen, ontdekte ik wat een lastige maand februari is. 

Februari beweegt niet, of toch nauwelijks merkbaar. In februari wacht je. Het is een maand van stilstaan. Je wil niet meer omkijken want de duisternis die achter je ligt, wil je zo snel mogelijk vergeten. Je wil alleen vooruit nu. Meer licht. Meer leven. Meer buiten. Bloemen zaaien in de tuin. Je bent vreselijk ongeduldig. 

Maar dat is buiten februari gerekend. Februari grijpt je bij je kraag als je voorbij rent. Duwt je op een stoel en dwingt je tot wachten. Zitten en wachten. Omdat niet alles snel kan gaan. Als je lente wil, dan moet je eerst door februari. Want soms is er alleen maar tijd nodig. Soms kan je niets doen om het beter te maken behalve wachten. Ook al voelt het alsof er niets verandert, dag na dag. En je wil zo graag verandering. Je wil groei. Je wil hoop. 

Enkele jaren geleden besloot ik februari een titel te geven. Ik doopte het tot ‘maand met het mooiste licht’. Ik vond het fijn dat ik dat zomaar kon besluiten en geloven. Februari, trots op die pas verworven titel, veranderde voor mijn ogen. 

(Later merkte ik dat niet februari maar oktober de maand is met het mooiste licht. Maar oktober heeft geen titel nodig. Oktober is beminnelijk. Oktober beweegt, verandert, koestert en danst. Oktober ademt melancholie en verlangen uit. Het is een maand die de voorbije maanden over zijn schouders heeft gedrapeerd, als een deken en daar dan mee pronkt. Omkijken is nog niet nodig. Het is nog vers genoeg, je voelt en beleeft de voorbije zomer nog terwijl je vooruit gaat. Pas in november kijk je om, pas in november word je zacht en triest. Neem je afscheid.)

Het is dus tijd nu voor die maand van stilstand en traagheid. En ik ga proberen om februari zijn werk laten doen. Want de zichtbare, vermeende stilstand betekent ook dat er onder de oppervlakte voorbereidend werk begonnen is. Ik ga me overgeven aan de tijd. Vertrouwen dat, ook al voel ik soms weinig hoop, ook al ben ik vreselijk ongeduldig omdat ik zo graag groei en beterschap wil, deze maand van wachten nodig is. En vanuit die stilstand, vanuit dat wachten en vertrouwen dat de tijd zijn werk gaat doen en dat de lente komt, ga ik zoeken naar het mooiste licht. Het licht dat februari met veel trots gaat presenteren. En dat gaat een pak beter als je niet aan het rennen bent. 

(Oh en ik ga februari natuurlijk ook een beetje de loef afsteken. Want enkel en alleen wachten, dat is nu ook weer niet aan mij besteed, hoe mooi ik het hier ook kan uitleggen. Vandaag heb ik voor het eerst weer in de tuin gewerkt. De dochter zat te zingen met een kip op schoot, het zoontje gilde van plezier op de schommel. Ik heb bedacht wat ik waar en wanneer ga zaaien zodat ik weer een tuin vol bloemen krijg. Zo vroeg mogelijk én zo lang mogelijk. Ik heb een heel ondergronds netwerk van netels opgerold. De kippen gelukkig gemaakt met elke regenworm die ik kon vangen. En ik ga binnenkort alvast wat bloemen voorzaaien in de keuken, waar het warm en licht is. Nog even en het staat hier vol zaaipotjes met klaprozen, cosmos, lupine, korenbloemen en slaapmutsjes. Allemaal vorig jaar zelf geoogst. Die groei ga ik toch mooi al van dichtbij kunnen zien – in your face, februari!  En dromen van een tuin vol bloemen. Het is niet omdat ik nog niet mag rennen dat ik niet al kan dromen van hoe het voelt om te rennen. Ofzo.)

Plaats een reactie