We hebben het weer vlaggen. Eergisteren en gisteren kamde ik respectievelijk 12 en 8 luizen uit de haren van het zoontje en ik moet eerlijk zijn, ik genoot van deze reuzevangst. In mijn eigen haren vond ik er slechts 2, wat best teleurstellend was. De laatste jaren werden we ervaringsdeskundigen en intussen gaat het uitkammen hier gepaard met een ritueel. Ik zoek een lange haar (aangezien ik zowat de helft van mijn haar uittrek tijdens het kammen, is dat niet moeilijk) die ik in een cirkel rond de luizen schik. Het duurt dan niet lang voor elke luis op diezelfde haar klimt en rond begint te kruipen. Het lijkt een soort vrolijke carrousel met grote en kleinere exemplaren, die ieder een ander tempo aanhouden en dus al snel tegen elkaar op botsen. Ik hoor ze in gedachten met hoge stemmetjes kazoo spelen of cimbalen tegen elkaar slaan. De meeste luizen gaan dezelfde richting op, maar er zijn altijd een paar tegendraadse beestjes die de andere richting kiezen, dat zijn mijn favorieten. Als ik klaar ben met kammen, heb ik ze nog net geen namen gegeven en met spijt in het hart, stofzuig ik ze dan (allemaal, zelfs mijn favorieten) op. En met evenveel spijt in het hart, moeten de kinderen en ik dan aan de luizenshampoo, wetende dat ik nadien hoogstens nog dode luizen uit de haren ga kammen, die voorlopig koppig weigeren deel te nemen aan het carrouselexperiment. Dat schijnt kenmerkend te zijn voor dode luizen.
Ik lees de gebruiksaanwijzing van het product en het zinnetje “Spoel het haar vervolgens uit met een zachte shampoo” trekt mijn aandacht. Zachte shampoo. Wat is dat? Zou er ook shampoo verkocht worden die pretendeert niet zacht te zijn? “Agressieve shampoo”. Een giftig, bijtend goedje dat je lekker voelt branden op de hoofdhuid. Dat op de adem pakt en slecht is voor je haar én voor het milieu. Met een extra shotje parabenen. Zou daar een publiek voor zijn? Ik kan me er wel iets bij voorstellen. Mensen die vinden dat iedereen tegenwoordig veel te soft geworden is. Dat kinderen gewoon af en toe nog eens een goed pak slaag verdienen. Dat er de dag van vandaag geen echte mannen meer zijn. Dat al dat gedoe over zorg dragen voor de planeet en de medemens complete onzin is. Dat minderheden niet zo moeten zagen. Die de auto nemen om iets te halen bij de apotheek om de hoek en 3 extra plastic zakjes vragen in de winkel. Die dromen van een apocalyptische tijd waarin de aarde bijna compleet verwoest is en de mensheid nog net niet uitgestorven. Want zij leven nog, uiteraard. Gehard door die giftige shampoo die ze al die jaren ter voorbereiding gebruikten. Ronddwalend met een kalasjnikov, klaar voor de constante aanvallen van zombies en buitenaardse wezens. Die nu eindelijk (aan die 3 andere mensen die ook nog in leven zijn) kunnen tonen wat dat is: man zijn. (want ik schreef wel ‘mensen’ maar ik denk toch dat ik eerder ‘mannen’ bedoel)
Ik lach ermee maar ik denk wel te begrijpen waarom er ‘zacht’ staat in die gebruiksaanwijzing. Het woord wil iets goedmaken. Het wil je doen vergeten dat je net een uur lang chemisch spul in je haar en hoofdhuid liet intrekken. Het wil je het gevoel geven dat er iets goed te maken valt.
Taal is een construct. Taal schiet te kort. Taal kan zoveel níet zeggen. Verarmt. Je geeft je gedicht, je brief, je maand een titel en opeens is het enkel dat nog. Je gebruikt een metafoor maar doet jezelf en de ander daarmee zoveel te kort. Je zit naast elkaar in de zetel en zoekt woorden voor die vertwijfeling, dat barstje, die onrust, maar ze bestaan nooit allemaal, de woorden die je nodig hebt. En dus zwijg je. En zakt dat onbeschrijfelijke in een diepte waar je steeds moeilijker bij kan. Dat ongemerkt groeit en zich dan tegen je keert. Niet meer te temmen, niet in een carrousel te vangen, onmogelijk nog op te stofzuigen.
En dan lees je een boek of stapels boeken. Gedichten. Een gebruiksaanwijzing. En tussen al die woorden vind je exact dat wat onbeschrijfelijk is. Niet 1 keer maar wel honderd keren. Op zoveel manieren. En daar zit je dan met dat boek en die lege fles luizenshampoo op je schoot en plots komt dat onbeschrijfelijke naar boven drijven, aaibaar, mak als een lammetje. Het wil alleen nog gezien worden. Vastgepakt.
En er is iemand die schrijft over een “zachte shampoo” na een luizenbehandeling. En dat slaat eigenlijk nergens op. Maar ik wil geloven dat de schrijver daarmee wat troost de wereld instuurt. Dat het een metafoor is. Een metafoor die tekortschiet weliswaar. Die niets verandert aan de toestand van je haren noch aan die van de wereld. Maar toch. Als ik mijn haar was na de behandeling, met exact dezelfde shampoo die ik altijd gebruik, voel ik deze keer de zachtheid, de troost. Ik laat mijn handen met iets meer zorg en aandacht door mijn haren glijden. Ik voel dat er iets goed te maken valt. Dat er misschien een manier is om goed te maken, te verzachten wat je eerst bijna kapot maakte. Niet door de shampoo zelf, maar door dat ene woord, zacht, dat alles verandert. Want ook dat doet taal.