altijd genoeg

zij was een storm, een prachtige storm
raasde eerst door mijn lichaam en dan door ons huis en onze harten
ze gooide alles maar dan ook alles overhoop
en ik wist niets meer:
waar te zitten, hoe te staan, wat te voelen, wie ik was
ze stormde in mijn hart en hoofd
op den duur wist ik: dat ik zo’n liefde nog nooit gevoeld had, liefde die me beangstigde en wezenlijk veranderde,
ik was méér geworden (‘mama’ ofzo) en moest mezelf opnieuw leren kennen
die jaren met haar, het zijn de moeilijkste en mooiste uit mijn leven
jaren vol worsteling, wanhoop, twijfels en frustratie
maar ook: bakken liefde, geduld, begrip en ontroering
nodig om haar ruimte te geven om te stormen, de bliksem en donder een plaats te geven
en ook te bewonderen maar die de storm in haar ook af en toe kunnen doen liggen

hij is een riviertje, een heerlijk riviertje
vloeide door mijn lichaam en kabbelde ons huis binnen
stilletjes en voorzichtig alsof hij ons niet wou storen
en ik weet het nu:
waar ik zit en waarom, wat ik voel, wie ik ben
hij brengt rust in mijn hart en hoofd
de alles overweldigende liefde ken en herken ik, maakt me niet meer bang,
ik hoefde maar één keer mama te wórden, deze keer ben ik het gewoon
ik weet wie ik ben en dat het goed is zo
de eerste weken met hem erbij kloppen helemaal
weken waarin zij stormt en hij kabbelt, en soms andersom, wij worstelen en twijfelen
maar onze bakken vol liefde, geduld, begrip en ontroering staan in elke kamer van dit
huis en er is genoeg voor hen samen, niet altijd (zoals er ook niet altijd genoeg was voor haar alleen)

maar uiteindelijk wel, altijd

wat een prachtbuit, die twee

een broer

het was lang wachten, jij een brokje ongeduld
maar nu eindelijk: een broer

geniet van zijn zachte wangen
als je natte kusjes geeft
wieg hem en zing voor hem
en vang zo zijn pril verdriet

wees maar boos als hij je stoort
en je speelgoed en aandacht moet delen
vecht voor jouw plekje bij ons

maar als je samen groeit, word zijn vriend
leer hem deugnieterij, heb geheimen, wijd hem in
wees vier vieze handjes op één buik

en als jullie en ook de zorgen groter worden
het leven soms zwaar
vang elkaars verdriet, raak elkaar niet kwijt

want het was lang wachten, maar jij gerustgesteld:
een broer is voor altijd

thuis

ik zit in de zetel
een grauwe dag, buiten al de hele dag miezerig, koud en donker
in ons huis overal lampen aan, de verwarming iets hoger, een dekentje
zij is naast me geklommen met een boekje
mijn dochter die over het algemeen niet houdt van kusjes en knuffels heeft zich nu toch voorzichtig tegen me aan genesteld en laat zowaar haar hoofdje rusten tegen mijn warme lijf en ik geniet van elke seconde
de poes is op mijn buik geklommen en heeft zich daar uitgebreid en luid spinnend geïnstalleerd, helemaal klaar voor een zoveelste dutje
de baby reageert op de warmte die zich over mijn buik verspreidt door zachtjes te stampen en te wriemelen

dit is goed, dit is thuis

en ‘thuis’ is soms zo moeilijk
ik pieker ’s nachts en lig uren wakker, want hoe gaan we dit doen met twee kindjes
want ze slaapt nog altijd zo slecht
en is zo hevig en intens en zo koppig (en zo prachtig, altijd zo prachtig)
zo stond ik gisteren uit pure machteloosheid te schreeuwen en op de kast te slaan met beide vuisten, heel hard, omdat haar hysterische gekrijs me helemaal gek maakte
tot ik hoorde dat het gekrijs was overgegaan in ‘bang!!!’ en ik onmiddellijk tot mijn zinnen kwam en haar in mijn armen nam
we hebben zo samen een half uur liggen huilen, snot overal, een schuldgevoel dat ik niet afgeschud krijg
want ik maak zoveel fouten en ben zo onzeker over hoe we dit mensje moeten aanpakken
wat ze denkt dat ze nodig heeft en wat ze echt nodig heeft
ze is zo koppig en strijdlustig en hevig (en zo prachtig ook altijd) en ik weet het soms echt niet

maar vandaag kruipt ze tegen me aan
vandaag rust haar hoofdje tegen mijn zwangere lijf en dat leventje binnenin zwemt en draait tevreden rond
en de poes spint zo luid dat we bijna gaan meespinnen

en dit is mijn leven nu, dit is thuis

alles zinderde

op wandel deze ochtend met haar, terwijl half Deurne (man incluis) nog sliep
de natuur daarentegen was al uren gank (had ik gehoord toen ik om 4u even opstond, de vogels hadden toen al erg veel zin in hun dag)

hier en daar kruiste een vroege jogger ons pad, met een kruin vol dansende zonnestralen

alles zinderde:
het verstilde park, de spelende schaduwen, het nog vochtige, glinsterende gras, de donkere, stille stukken aarde die haast nooit zon zien en zich daar mopperend bij hebben neergelegd, de bomen die hun zachte geheimen af en toe met elkaar delen als de wind goed zit,

alles zinderde van verwachting zoals dat enkel in de lente mogelijk is
en ik dus ook en dat was verdomd lang geleden
verwachting, verlangen, zoals een soort stoffige, lang vergeten verliefdheid
de herinnering daaraan plots vers, weer pril

dit nog verlaten park hield zoveel achter de hand, er was toen op dat moment, daar op die plaats weer zoveel mogelijk
zoveel meer dan in mijn dagelijkse realiteit waar alles zo vertrouwd, voorspelbaar en soms behoorlijk onontkoombaar is
dat mijn hart nog eens heerlijk bijna openbarstte van verlangen

mijn dochter zat stil in de buggy en ik vergat haar
mijn nog slapende man gomde ik even weg
en ik voelde spanning, verwachting, schoonheid, opwinding, verlangen

en ik weet: die realiteit, dat vertrouwde en voorspelbare is goed voor een mens,
goed voor mij vooral,
en ik zou het niet anders willen of kunnen

maar op dat moment, op die plaats was die realiteit er niet, of niet belangrijk
en dat was heerlijk bevrijdend

slaaa-peeeun

het begin met jou leek nooit voorbij te gaan
een beetje eeuwig zweven
een kluwen van dagen en nachten
je sliep op mij, huilde bij mij, hing tegen mij,
je lijfje als een puzzelstukje
paste me perfect, maakte me compleet soms
of juist hol, als een parasiet die me wegvrat

de tijd stond stil en alles was zo groots:
wanhoop en ontroering zonder einde
jouw huilen waanzinnig luid
je geur waar ik nooit genoeg kon van krijgen
het leek soms alsof ik daar uren, dagen, jaren lag
met mijn neus in je nekje

het was een wolk, soms roze soms heel donker,
die het concrete, het praktische, het relativeren, het luchtige
ver oversteeg

nu zwaai jij ‘dag’ naar de poes
maait wild met je armen en roept ‘paadje!’ naar alle hondjes die je ziet
je schudt resoluut ‘nee’
komt met je schoentjes in de hand aangelopen want de zon schijnt
wij naar ons werk, jij naar de crèche,
waar je kushandjes leert werpen en handjes draaien
alles zo concreet geworden, zo praktisch
en ik nog zelden zo wanhopig of ontroerd
de tijd tikt vrolijk verder
ik opgelucht

maar als jij ’s avonds moe bent en huilend je handjes uitstrekt,
tranen op je wangen, een veeg snot naast je oog
dan pak ik je op en jij schurkt je lijfje tegen me aan, hoofdje op mijn schouder
je gezichtje eerst nog zo verongelijkt
nu sluit je tevreden je oogjes
je past me nog perfect
ik weer iets vollediger, wij iets eeuwiger
alles valt samen en jij fluistert: ‘slaaa-peeeun’

carryon-2T

applaus

eerst was het dat hulpeloze huilen
volledig afhankelijk, afwachtend
dat kleine, lichte pluimpje op mijn arm
die zoekende lipjes
en dan, als ze vonden wat ze zochten
dat verwoede drinken
eerst haastig en steeds rustiger en vrediger
die symbiose
zij als verlenging van mij
hoe zij enkel hier rust vond in het begin
en hoe wij samen adem haalden
op het ritme van elkaars lichaam
verzonken in elkaars geur & warmte
één

nu, 14,5 maand later, is het dat sterke dametje
dat naar me toe komt en aan mijn t-shirt trekt
ze weet wat ze wil:
drinken maar óók een boekje lezen
en liefst nog mét pop onder de arm gekneld
dat dametje dat na het drinken applaudisseert
mijn borst dag zwaait
of boos protesteert als ze nog niet klaar is
beide borsten ter beschikking wil
om dan afwisselend van de ene en van de andere te drinken
als een spel
een eigen persoontje
speels, actief, boos, hyper
de symbiose en rust ver te zoeken

het is heel mooi geweest
maar het einde zit er al een tijdje aan te komen
ik stelde het uit
koester dat moment waarop zij bij mij komt
in ons hoekje in de zetel
hoe ze naar mij kijkt tijdens het drinken
met haar mollige handje mijn andere borst aait

maar het is mooi geweest
mijn pittig dametje met haar eigen ik
is al een tijdje klaar voor iets meer los van mama
dus ik ga al wat oefenen
stap één van het grote loslaten
dag borst
applaus

de dag nadien

De dag nadien, het is als een mooie begrafenis, alles is zo triest en toch ook zo mooi. We wandelen en tussen ons in onze vreugde en hun verdriet, die afwisselend een lichtheid en een zwaarte over ons laten komen.

We wandelen en zwijgen. Het water komt en gaat, de wind streelt en slaat onze gezichten, we kijken naar onze voeten die wegzakken in het zand en dan naar de einder en het landschap dat ontroert en verstilt en vertraagt.

En wat zijn we plots groot geworden. De gevolgen harder, de toekomst onontkoombaarder en echter. Dat dromen, dat huppelen, zingen en giechelen zeldzamer. De stiltes zwaarder, geladen.

Wat zijn we plots ondraaglijk groot geworden. Ik kan er om janken, om wat kwijt is. Een versie van mezelf die ik nog koester en mis maar die kwijt is. Maar het ontroert me dat we elkaar niet (altijd) kwijt zijn. En soms is het verdomd moeilijk en soms lukt het niet. Maar vandaag is het zoals een mooie begrafenis, zo triest en toch zo mooi. En we genieten van die intensiteit. En we vinden mekaar af en toe.

sporrewoan

elke dag is ongeveer hetzelfde:
ze kan vandaag ongeveer even weinig als gisteren
ze is vandaag ongeveer zo klein als gisteren

en zo gaat dat nu al tien maand
dus moet ze toch ongeveer
zo klein zijn en zo weinig kunnen
als tien maand geleden

maar ze schatert en ik kijk op
het lijkt zo plots
dit vinnig explorerend mensje
een sporrewoan zoals opa haar noemt
ze kan zo ongelooflijk veel al

stond net haar papa te assisteren bij het uitladen van de vaatwasmachine
wijst en kruipt en stapt en trekt en is boos en proest en brabbelt en
slaat blokjes tegen elkaar en charmeert en luistert en luistert niet

zij zit daar, ze kijkt me aan met die grote, vertrouwde ogen
verwonderd om mijn tranen
wijst ze en kruipt naar me toe

zo plots is dit meisje, dit prachtige meisje, een peutertje geworden
en ik huil daarom

omdat ik haar al mis, toen ze nog in mij
en ook lang daarna nog deel van mij was
maar ook omdat ik haar zo mooi vind
en elke dag mooier
omdat ik zo dankbaar ben om haar
om haar vingertje dat aarzelend mijn tranen aanwijst
en daarna resoluut in mijn neusgat verdwijnt

img_3927-2

gedachten van een mama

Ondergedompeld in jouw wereld. Al 4 maand ondertussen.

Mijn leven bestaat eigenlijk vooral uit jou nu. Nog een maandje en dan moet ik terug naar de ‘echte wereld’. Ik ben zo aangenaam verrast: hoe fijn ik die onderdompeling vind, hoeveel rust jij brengt, hoeveel ik leer over mezelf, wat jij met me doet, wat jij brengt: ontroering, vreugde en schoonheid. Hoe ik nog nooit zo duidelijk geweten heb als nu, wie ik ben: jouw mama. Alles is zo relatief, alles verandert, alles onzeker, behalve dit: ik ben jouw mama, jij mijn dochter. Jij leeft al 4 maanden enkel en alleen dankzij de melk die mijn borsten voortbrengen. Hoe speciaal is dat? Niets anders heb jij nodig om te groeien en te bloeien. Jouw voortdurende onrustige lijfje vindt ’s avonds rust aan mijn borst, jij bent dan een soort verlengde van mij. Jouw lijfje tegen mijn lichaam, het is verslavend.

Jouw onrust, je nieuwsgierigheid, je schrikken en niezen, jouw wipneusje, je blik van herkenning en dan die heerlijke lach, je pruillipje, die mondhoekjes die naar beneden gaan voor je begint te huilen, je grijpende vingertjes, je navel, je prachtige oogjes, je concentratie, je haastige lipjes aan mijn tepel, je hysterie, je beentjes die niets anders willen dan zich afduwen, je trotse blik als je heel je lichaampje kan strekken, het druppeltje speeksel dat onderaan je lipje hangt als je je heel erg inspant daarbij, je tranen, je heerlijke eierhoofdje, mijn onvoorwaardelijke liefde voor jou. Het brengt me zoveel vreugde. Liefde die van zo diep komt.

Vreugde, liefde, schoonheid, een wonder. Het zijn woorden die me doen denken aan wat ik leerde over god vroeger. Is dit god? Dat mag, dat moet niet. Ik heb het in relatie tot die god van toen nooit gekend. Later wel, met jouw papa. En nu, met jou, dankzij jou. Meer moet dat niet zijn, iets hogers hoeft niet. Het mag, maar het moet niet.

IMG_1589