vrolijk dichten

Elke dag vertel je ‘t haar,
als het moet over de telefoon.

Dat houd je vol, al twintig jaar:
Liefste, ge zijt zo schoon

Als ze de prei in stukjes snijdt
of zit te lezen in het bad

als je op zondag met haar vrijt
Ge zijt zo schoon, mijn schat

Nu kijk je naar haar mager lijf
en haar lege, dode ogen

Je staat recht, buigt een beetje stijf
en zegt: ‘k Heb al die tijd gelogen.

Gij waart nu echt een lelijk wijf.

postbode

ze doet haar handen voor haar gezicht en giechelt als hij binnenkomt
met die blik in zijn ogen
handen achter zijn rug
hij heeft vast een verrassing voor haar
ze gluurt tussen haar vingers door
vindt hem mooi in streepjes
grillig
ze houdt van grillig

dat deed ze vroeger ook
als papa binnenkwam met die blik
iets verborgen achter zijn rug
– niet gluren, anders krijg je helemaal niets –
hij wist dat ze toch keek
dan zag ze papa en zijn verrassing
in streepjes
voor straf kietelde hij haar dan
tot ze ’t bijna in haar broek deed

hij kietelt niet
trekt haar handen voorzichtig weg – hier is je post –