Er zijn zo van die dagen waarop de raarste dingen je ontroeren.
Er speelden vanmorgen reeds hevige emoties.
Een kleine greep:
– De dochter huilde eerst heel dramatisch omdat de man haar wéér had wakker gemaakt, en gisteren ook al, terwijl ze nog zó moe was.
– Er was het gebruikelijke geruzie over (ik zever niet) NAAR WIE DE OPEN KANT VAN DE ZAK GRANOLA GERICHT LAG. Elke ochtend opnieuw. We installeerden zelfs een beurtrol, god help ons.
– Het zoontje had uit colère zijn lepeltje tegen mijn voorhoofd geslagen omdat hij melk in een beker vroeg en ik hem melk in een beker gaf.
– Hij werd nog bozer toen hij ontdekte dat ik hem de avond daarvoor stiekem zijn pyjama van Hop Marjanneke* had aangedaan. Hij is “nogal” kritisch wat zijn kleren betreft en die pyjama is eigenlijk een no-go.
– Hij werd licht hysterisch toen ik de granola in de foute richting door zijn yoghurt roerde (denk ik, hij communiceerde niet zo helder).
– De dochter begon te schreeuwen omdat hij te luid huilde en haar oren pijn deden.
Goed, zo’n ochtend dus. Er was ook nog even wat miserie bij de school toen het zoontje ontdekte dat hij een trui droeg met lettertjes EN een embleempje op. DE HORROR. Gelukkig bleek zijn reservetrui wél aan zijn eisen te voldoen en kon een nieuw drama op het nippertje vermeden worden.
Ik moet toegeven dat ik de school met een klein huppelpasje verliet. Een dag voor mezelf en ik ging zwemmen!
Omdat schoolslag mij wat begint te vervelen, heb ik me voorgenomen mezelf borstcrawl te leren. Dat ziet er toch altijd zó mooi uit bij die andere zwemmers! Enkele weken terug ondernam ik mijn eerste pogingen, de basis die ik ooit in de middelbare school leerde indachtig. Het was niet zo’n succes en dat is zacht uitgedrukt. Het werd een gênante vertoning met veel gespartel en gehap naar lucht. Ik kon niet eens één lengte naar behoren zwemmen. Toen ik me nogal dramatisch verslikte met een uitgebreide hoestbui tot gevolg, waren er ineens een heleboel blikken op mij gericht. Ik hoorde mezelf tussen het hoesten door wat onnozel: “‘t is gene corona” zeggen. Zelfs de badmeester kwam even horen of alles wel oké was. Ik wist niet of hij echt bezorgd was of er voornamelijke corona-alarmbellen afgingen in zijn hoofd. Hij bleef nadien ook wat ongemakkelijk lang op zijn hurken zitten wachten terwijl ik aan het bekomen was. Hoewel het me onduidelijk was waarop hij dan wachtte.
Soit, na die mislukking had ik wat filmpjes op youtube gekeken met allerlei tips over ademhaling en armbewegingen. Ik had ze zelfs uitgeprobeerd aan de keukentafel tot grote hilariteit van mijn kinderen.
Vorige week ging ik dus opnieuw zwemmen. Ik voelde de ogen van de badmeester in mijn rug branden. Misschien om mij op een nieuw hoestje te betrappen en het zwembad uit te kunnen bonjouren. Of omdat hij, van alle zwemmers aanwezig, bij mij de kans op verdrinking het grootst achtte. ‘t Was in ieder geval níet omwille van mijn wulpse lichaam.
Ik besloot – met de youtubetips in het achterhoofd – een nieuwe borstcrawlpoging te ondernemen. Bleek ik tot mijn teleurstelling met al mijn tips zo mogelijk nóg slechter te zwemmen. De badmeester had mijn gesukkel in ‘t snotje en volgde me nauwgezet dus na een paar baantjes gaf ik op. Had ik maar iemand die het mij kon leren!
Vandaag was dezelfde badmeester weer op post. En noem me paranoia, maar hij leek toch weer vooral oog voor mij te hebben. Na mijn verplichte 50 baantjes schoolslag, waagde ik me weer aan mijn miserabele borstcrawl. Na een poosje stond de badmeester recht en kwam op me af. Hij sprak me aan! Begon tips te geven over beenbewegingen, over mijn ademhaling en mijn armen. Hij toonde voor, ik deed hem na. Hij vertelde dat het al veel beter was en somde nieuwe werkpunten op. Ik was een beetje in de war. Kreeg ik nu echt gratis een privé-les? Hij sprak de youtube-filmpjes wat tegen maar opkijkend naar zijn gespierde armen geloofde ik maar al te graag dat hij wist waarover hij sprak. En ik merkte zowaar dat het wat beter ging. Hij kwam nog met een plankje aangelopen en begon een nieuwe oefening uit te leggen, toen ik moest vertrekken. Hij leek teleurgesteld.
Nu ik zijn gedrag kon verklaren, vond ik hem uiterst sympathiek. Hij was een geoefend zwemmer, misschien zelfs een zwemleraar, die voortdurend naar mijn geploeter moest kijken, zich al weken zat te bedenken wat ik allemaal fout deed en zich vandaag niet meer had kunnen bedwingen.
Tevreden fietste ik terug naar huis. Een man riep “voal vetzakske!” naar een raam en het ontroerde me dat hij voor een partijtje uitschelden een gebloemd mondmasker had opgezet.
Thuisgekomen boekte ik een nieuwe afspraak: same time, same place and howpelijk same bathmeester voor mijn tweede privé-les borstcrawl!
*Jip&Janneke







