op zondag

Hij loopt door de straten op zijn blote voeten. Iemand strooide duimspijkers en die blijven in zijn voeten steken. Omdat het niet stinkt wandelt hij verder op de maat van de muziek. Het is vrolijke muziek dus hij huppelt een beetje. Hij deelt snoepjes uit aan de kinderen. Zijn nieuwe hoed glijdt af en toe van zijn hoofd en als de woorden naar beneden komen boren ze er gaten in. Hij was niet zo goed voorbereid beseft hij, dat moet hij volgende keer wel doen. Hij kust tien mooie vrouwen, had daarvoor speciaal nog zijn snor gekamd vanmorgen. Nu timmeren de woorden door zijn intussen uiteengerafelde hoed genadeloos op zijn hoofd. Voor elke vrouw heeft hij een liefdesbrief geschreven en met blozende wangen en trillende stem van ontroering lezen ze die allen luidop voor. Eén begint de duimspijkers uit zijn voeten te trekken en wondjes te verzorgen. Hij huilt want hij herinnert zich dat hij eens van iemand heeft gehouden en dat zij zelfs de woorden zag die zijn hoofd doorboorden. Iedereen schreeuwt uitgelaten dat hij huilt en de tien vrouwen vechten om zijn tranen te drinken. Hij huilt tot ze allen hun dorst gelest hebben, zet zijn hoed nog eens recht op zijn hoofd en besluit een taxi te nemen. Hij heeft pijnlijke voeten.