treuzelaar

overal schoonheid

in januari ligt het er wat minder dik op
het is niet zo uitbundig, makkelijk te missen, veel subtieler

het vraagt zoeken, wachten, ademen, treuzelen, op je passen terugkomen, anders kijken

vandaag drijft tussen wat een eindeloze reeks druilerige, troosteloze winterdagen lijkt en toch

ik heb gezocht, gewacht, geademd, getreuzeld, kwam op mijn passen terug, keek anders en vond weer zoveel schoonheid

opgelucht

als het op een dag als vandaag kan, ligt nog zoveel meer te wachten, onder een gebroken tegel, achter een muur van verdriet en tussen kapotgevroren bloemen
ik denk dat het een kwestie is van wachten, treuzelen en blijven kijken

en ik ben een eeuwige treuzelaar dus sta graag voor wie maar wil op de uitkijk

kon ik zingen

kon ik zingen
dan zong ik het zachter

piano 
speelden mijn handen de kamer in
licht
op kousevoeten

schilderen
dan aquarelde ik een zon in die grijze massa 

maar kijk mijn stem fluistert slechts woorden
die mijn handen hier dan schrijven
dus ik probeer dit:

ik schrijf het zachter 
nog zachter dan je verlangen

ik schrijf kousevoeten, vederlicht,
iemand heel stil bij de deur
een vleug en een kuch ergens naast de boekenkast
ik schrijf je thuis

ik schrijf een winterzon 
aan een strakke blauwe hemel
genoeg licht zodat de hoeken niet wak
en wat donker is niet door gaat hangen

ik schrijf het zachter 
tot het knispert, schuimt en stoomt
als een heet bad

ik kan niet zingen, 
maar hé, hier zijn woorden:
kuch, knisper, vleug en winterzon
ze fluisteren zichzelf
ze schrijven je zachter

geef ze maar weg of hou ze bij
ze waren toch nooit echt van mij

en zo voelt november

Eind november en de was puilt uit de wasmand maar als ik het wat aandruk valt het niet zo op.

Ik bak klaaskoeken hoewel ik anders nooit iets bak maar ze herinneren aan donkere winteravonden in Bissegem. Aan de kachel die brandde en mijn gloeiende oren omdat ik het binnen altijd iets te warm had. Mijn moeder die riep dat het klaar was en mijn broers en ik die aanvielen en schrokten en te wild het cacaopoeder door onze melk roerden. We moesten snel zijn anders had de ander misschien meer. Ik was ‘s morgens waarschijnlijk naar de bibliotheek geweest en had weer een nieuwe van Thea Beckman mee. En ik had buiten gespeeld tot de straatlichten brandden en mocht langer opblijven want het was zaterdag. Ik zou nog iets grappigs kijken op televisie en ‘s avonds in bed nog lezen want Thea Beckman liet je niet wachten. Niet met het nachtlampje want dan zagen mijn ouders het licht onder de deur maar onder mijn deken met de wekkerradio die net genoeg licht gaf voor telkens één zin.

Eind november en soms in het gezelschap van vage pijn. Vaag en toch zoveel tranen die tijdens het wandelen zwollen in mijn borst en sijpelden in mijn armen en ik kreeg ze niet uitgeschud. Maar bij thuiskomst zag ik ze langs het raam naar beneden druppelen en even later stromen. Dat pijn zien in zijn essentie een soort van deugd kan doen.

Eind november en de kinderen weten zich soms geen blijf. Maar na wat rond te ploffen en scherven en tranen belanden ze op onze schoot en we steken de kachel en kaarsjes aan en ze zeggen geen sorry maar geven kopjes. 

Ik zet de wasmachine aan en de wasmand lijkt nog even vol en zo voelt november. En ik heb niet de juiste uitsteekvorm maar wel iets wat op een paard lijkt en een hart en mijn oren gloeien als ik de koeken uit de oven haal. 

glimp van vrouw

je denkt aan je dochter voorop
kraaiend en genietend
op de fiets 
en jij dan lieve woordjes bij haar oor
dat nekje ruiken
en die krulletjes daar toen
waarvan je dacht dat ze altijd
bij haar zouden horen

hoe opeens 
ineens 
zo plots 
ze nooit meer voorop want te groot
zelden achterop want ze fietst nu zelf
en nu het nog eens gebeurt
haar knieën in je billen prikken
en die prikkende knieën
je vervullen met trots
tot tranen toe roeren
net zoals die krulletjes in dat nekje
dat eens deden 

aan hoe ze eerst nog 
tussen handpalm en elleboog paste
eindeloos kwetsbaar 
en toen je even weg keek
kort kuchte
je een kwartslag draaide
een nieuw universum zich aandient
waarin ze met haar ogen rolt
ironisch “oh, waauw” zegt 
waar ze leunt
het ene been achteloos over het andere
waarin ze veelbetekenende blikken werpt
nonchalant huiswerk maakt
vol drama en overtuiging vertelt 
en wij aan haar lippen 
haar T-shirt in haar rokje propt
omdat ze in de spiegel iets zag 
een glimp van vrouw 
en wat zou kunnen zijn 
een leven dat geruisloos openplooit

je denkt aan je dochter 
die krulletjes slechts een herinnering 
van iemand die zij allang niet meer is
je zou haar kunnen missen
maar haar knieën prikken in je billen
roepen je naar hier en nu
en wat een geluk
want ze was nooit mooier
dan hier
dan nu

dichtig

alles is relatief
alles is perspectief

je kan dat perspectief altijd kantelen
de andere kant opkijken

zo kan je vandaag vergelijken met een prachtige zomerdag en dat moeilijk vinden
of met die donkere dag vorig jaar in december en opgelucht zijn
jouw leven vergelijken met dat van iemand wiens leven je graag zou willen
of met dat van iemand die jóuw leven wel zou willen
je glas kan halfvol zijn in plaats van halfleeg
die vriend die je kwetste werd ongetwijfeld zelf gekwetst
die boze chauffeur had vast een moeilijke dag

ik ben daar best goed in als het over mijn leven gaat, als het over anderen gaat
dat kantelen en zoeken naar het perspectief waarbij je niemand onrecht aandoet
waarbij dankbaarheid primeert

het enige perspectief waar ik koppig in blijf volharden
is hoe ik mezelf zie
hoe ik over mezelf denk en praat
dat besefte ik onlangs tijdens het wandelen
ik ging in mijn hoofd weer mijn lijstje aan tekortkomingen af
dat ik liever anders zou zijn, andere capaciteiten zou willen hebben, op een ander wil lijken
ik bedacht me dat ik dat wel vaker doe, dat het bijna een gewoonte is
en dat ik het misschien eens moest kantelen

alles is perspectief, dus dit ook
ik moest iets schrijven voor mezelf, over mezelf
ik moest en zou woorden vinden
de andere kant opkijken en mezelf eens wat minder onrecht aandoen

en het is gelukt!
het was niet eens zo moeilijk

bij deze daag ik je uit:
probeer het ook eens? het hoeft niet te rijmen 😉
‘t is echt fijn, en je verdient het

het mag hieronder in de comments, stuur het naar mij privé, schrijf het in een schriftje of op een papieren zakdoek of spreek het eens uit voor de spiegel of tegen je baby of huisdier

doen hé!

het past

er zijn zo van die dagen
vandaag is niet zo’n dag, en daar ben ik blij om
maar ze zijn er af en toe
dus ik wou iets schrijven over de teleurstelling die ik dan voel, de schaamte zelfs
omdat ik dacht dat ik “goed bezig” was, omdat ik mijn omgeving niet wil teleurstellen en vooral omdat ik niet die persoon wil zijn

maar dat wringen in wat niet past
die deur uit alle macht dicht houden
haalt me uiteindelijk in
en dan scheurt het

ik wil niet wachten tot het scheurt
open doen als het zich aandient
plaats maken in de zetel
en het laten zijn
míj laten zijn
zonder oordeel

tot het weer over gaat
want het gaat áltijd weer over

tijd verliezen

tijd verliezen 

vier kinderhandjes die langzaam en geconcentreerd de groenten snijden en telkens net niet in hun vingers en het kan zoveel efficiënter en de ovenschaal die daar staat te wachten en de oven allang op temperatuur maar je wil hen niet opjagen, want dit is zo’n moment waarover je vanavond iets zal willen schrijven

je geliefde die je nek en schouders masseert en je krijgt maar geen genoeg van zijn sterke, warme handen maar je spieren zijn allang los nu en zijn handen vast pijnlijk en je hebt in gedachten al vijf keer ‘ge moogt gerust stoppen hé’ gezegd maar krijgt het nog niet over je lippen 

op zondagmiddag met je vermoeide kleuter in bed gaan liggen en hij neuriet tevreden en streelt gedachteloos met het vuile, versleten lapje stof dat zijn lievelingsknuffel is jouw gezicht, telkens opnieuw

of je bladert door een dichtbundel terwijl een grote berg kleren nog gewassen moet en je struikelt plompverloren tussen twee woorden in die weldadige wereld van alles wat niet met woorden beschreven kan maar wel altijd tussen twee woorden te vinden is

dat is verliezen op z’n best

en nu komt de traagheid

Dat ze een brief zou kunnen schrijven naar haar nicht. Ze doet het. Snel, zonder er lang over na te denken. Al bij de eerste letter popelend om het af te hebben. Ze is al klaar. Ik mag het lezen en moet lachen. Onderdruk de neiging om een foto te maken en die alvast door te sturen naar de ouders van. Nee, we gaan dit traag doen. Ze vouwt de brief in vieren en ik zoek een envelop en postzegel. Ze likt aan de envelop en kleeft die zorgvuldig dicht. Ik schrijf het adres, zij plakt de postzegel. 

We wandelen naar de brievenbus. De brief gaat erin en ik kan niet vertellen wanneer haar nicht de brief zal lezen. Misschien morgen al maar ik denk toch eerder overmorgen. Als ze niet thuis is misschien nog later. Of misschien komt de brief helemaal niet aan. Er gaat soms post verloren. En wanneer dan een antwoord zal komen op haar vraag. En hoe gaat ze onthouden wat haar vraag ook alweer was?

Ook al schreef ze de brief zo snel. Nu komt de traagheid. De onzekerheid, de inspanning, het wachten, het vergeten en weer herinneren, het verlangen. (Geen blauwe vinkjes. Minder ongeduld ook denk ik. Want geen twijfels over waarom nog geen antwoord want toch al gelezen. En net nog online. En even aan het typen en nu weer gestopt.) 

Het wordt een warme week. We gaan een zwembad halen vandaag. Dat gaan we doen. Zo snel mogelijk. Maar nádat ze voorgelezen heeft voor haar broer. Nadat we de babybananenplant losgesneden hebben van de moeder en een eigen potje gegeven. Ze het de hele tijd bemoedigend toegesproken heeft en nu een plekje dicht bij de moederplant gekozen. Nadat we met oma gebeld hebben. Nadat we op straat gespeeld hebben. Mölkky en met krijt een huis getekend en wat met de buren gebabbeld. Nadat het zoontje plots verdwenen is. En ik hem in zijn bed terugvind met playmobilmannekes en twee buurkindjes. Nadat ze boterhammen gegeten hebben omdat het plots al middag is. Nadat ze het Jungleboek gekeken hebben met op schoot ‘een kommetje met vanalles’ en haar zwarte panter Lut die erg onder de indruk is van de moedige Bagheera. Nadat ik kefir gemaakt heb, de vaatwas geleegd, de was geplooid en wat gestofzuigd in dat hoekje waar zich haren, stofwolkjes en blijkbaar teennagels hebben verzameld. Nadat ik wat verdwaalde cracotten gegeten heb die het zoontje overal laat rondslingeren. Nadat ik heb gezegd dat ze deze keer hun rommel écht zelf moeten opruimen en ik het daarna allemaal opruim. Nadat ik geschreeuwd heb dat ze moeten stoppen met schreeuwen. 

Dán gaan we het zwembad halen. Zo snel mogelijk dus voor de man alweer thuis komt van zijn werk. Met de auto ook al is de winkel vlakbij en we alledrie een hekel aan de auto hebben. Het stinkt hier, roepen ze. Het is hier veel te warm, puf ik. Die winkel met dat zwembad ligt naast een supermarkt. Daar moeten we ook nog even heen voor avondeten. Terwijl de kinderen elk aan één kant van de kar bengelen, bedenk ik wat we kunnen eten. Iets met weinig werk en zonder vlees. Dat zijn meestal de enige vereisten. Pasta pesto. Ja. We wachten bij de kassa en de kinderen beginnen een liedje te zingen. Ik beantwoord verstrooid een bericht op mijn gsm. Als ik opkijk zie ik veel vertederde blikken en dat de aanblik van die twee zingende kinderen inderdaad nogal idyllisch aandoet. Ik laat de mensen graag in de waan en glimlach trots. Ja, zo gaat het altijd bij ons. Harmonieuze engelgezangen en alles onder controle. 

De inhoud van de kar gaat in de koffer en wat is het heet op de parking. Even later in die andere winkel waar ik de zware doos (waar “team lift for your safety” op staat) onder op de kar probeer te schuiven. Het lukt na wat gezucht en gesteun. Waar de kinderen zijn weet ik niet. De man belt. Dat het de foute doos is. Ik zet me schrap. Sleep de ene doos terug. Sleep een nieuwe doos richting de kar. Een tweede keer zou vlotter moeten gaan. Bezweet en buiten adem verzamel ik de kinderen. Reken af terwijl ze de kar bijna omver trekken. De man belt weer. Dat er nog een andere optie is die groter én goedkoper is. Terug de winkel in. Je zou denken dat het een derde keer toch echt vlotter gaat. 

We rijden naar huis met het goedkoper maar groter zwembad. Wat is het heet. De kinderen maken ruzie. Ze steekt haar voet in zijn gezicht. Hij vindt dat niet leuk. Dat is duidelijk te horen aan zijn geschreeuw. Haar voet blijft daar. Zijn geschreeuw zwelt aan. Haar voet blijft. Ik zwaai wild met mijn arm achter me in de hoop die voet te vangen. Schreeuw dat ze gevaarlijk zijn en als we botsen dat het hun fout is. Ik herinner me dat het er vroeger, toen ik met mijn drie broers op de achterbank gepropt zat, ook nogal heftig aan toe kon gaan. En mijn vader uiteindelijk zijn geduld verloor, de auto met gierende banden tot stilstand bracht en schreeuwde dat als we niet ophielden, we te voet naar huis mochten. En we dan de rest van de rit huilden. Maar geen ruzie meer maakten. Ik overweeg eenzelfde actie maar mijn kinderen zijn helaas (of gelukkig) nooit zo onder de indruk van mijn boosheid. Bovendien zou de kans bestaan dat ze met alle plezier naar huis zouden stappen. “Het stinkt hier toch. Da-haag moeder.” Dus ik verbijt mijn groeiende frustratie en probeer me op te weg te focussen.

We zijn thuis. Ik begin uit te laden en de man komt aangewandeld. Ik heb honger. Mijn lunch bestond uit verdwaalde cracotten besef ik. En ik ben de pesto vergeten. Ik ben verdorie de pesto vergeten! En néé, ik ga geen verse maken. Het is laat en ik heb honger. Ik heb zin om te schreeuwen. De man hoort mijn gebazel. Iets met te warm, te druk, te veel prikkels, pesto vergeten. Oké, zegt hij. Ga even alleen wandelen. Door het park naar het winkeltje vlakbij. Koop daar pesto. Wandel terug. 

Dus dat doe ik. In het arboretum, waar het heerlijk rustig en koel is, zie ik een leeg bankje. Ik ga zitten. Kijk naar de ruisende bladeren. Het dansende licht. Een eekhoorn. Oortjes in en meditatie-app op. Ogen dicht. Even rust. Dat overprikkelde hoofd opmerken, uitzoomen. Rustig ademhalen. Het bankje dat zich onder mijn achterwerk nestelt. Plots grond onder mijn voeten. Oh ja, hier was ik. In de traagheid. En terug in mijn ‘window of tolerance”. Als ik mijn ogen terug open, zit er een koppel met baby op het bankje naast me. Ze zijn stil. Beginnen pas te praten als ze zien dat ik rechtsta. Wat lief. 

In het winkeltje zoek ik pesto. Bijna vijf euro voor een klein potje. Dat het verdorie lekkere pesto zal moeten zijn. Op de radio hoor ik “mijn liefde voor jou is diep zo diep” en ik denk, hoor ik dat nu echt, spelen ze dat nog, en ik ben weer tien jaar. Jimmy en co smeken om mijn aandacht maar ik betaal die dure vijf euro en wandel neuriënd terug naar huis. De man zet het zwembad op, de kinderen stuiteren in de tuin en ik maak pasta pesto. Het is al ver na eettijd maar hier is de traagheid. 

De kinderen roepen dat ze dat niet lekker vinden, zoals altijd, en eten weinig, zoals altijd. De dure pesto ten spijt. Het zal nog lang duren voor het zwembad gevuld is want het is belachelijk groot maar we hebben tijd. De kinderen zullen kijken, wachten, vergeten, zich weer herinneren en verlangen tot ze eindelijk in het water kunnen duiken. En misschien, na uren, dagen zwemmen, valt er dan plots een brief van de nicht door de gleuf van onze voordeur. En misschien ook niet. 

koester

je wordt wakker en mist je zus
die het vliegtuig nam
en zo plots, zo zonder waarschuwing
uit dit leven werd weggegomd

je mist je baby
gisteren nog slapend op je arm
maar tussen je vingers geglipt
kruipend, fietsend, studerend
de blik op vooruit

misschien mis je bijna alle herinneringen
maar blijf je lachen omdat
de rafelige randen van die zwarte gaten
zacht en pluizig zijn
en als je met je oude handen
aarzelend het gezicht
van één van je kinderen omvat
wéét je weer hoe mooi het was

of mis je je man
die op een dag met zware schouders vertrok
op de keukentafel
het gevoel van afwijzing achterliet
als een cadeautje
dat aan de muren blijft plakken
hoe hard je ook schrobt 

en je mist je vader nu al zo lang
zijn zachte stem en vertrouwde lach
zijn melodie, zijn lichtheid
zijn sterke armen
die nooit zijn kleinkinderen wiegden

ach, je mist je land zo intens
de mensen, geuren, smaken en muziek
zomaar de straat op lopen
en dan klanken vangen die thuis zijn
de armen van je moeder en hoe ze thee zette

je zal altijd missen
rauw en diep en zacht en scherp
allesoverheersend of rustig ergens achterin

je zal altijd missen
iets of iemand drukte, kort of lang,
een stempel op je hart
wat overblijft is de afdruk
en het koesteren van die afdruk

je zal altijd missen
je zal altijd koesteren
je zal altijd liefhebben