op wandel deze ochtend met haar, terwijl half Deurne (man incluis) nog sliep
de natuur daarentegen was al uren gank (had ik gehoord toen ik om 4u even opstond, de vogels hadden toen al erg veel zin in hun dag)
hier en daar kruiste een vroege jogger ons pad, met een kruin vol dansende zonnestralen
alles zinderde:
het verstilde park, de spelende schaduwen, het nog vochtige, glinsterende gras, de donkere, stille stukken aarde die haast nooit zon zien en zich daar mopperend bij hebben neergelegd, de bomen die hun zachte geheimen af en toe met elkaar delen als de wind goed zit,
alles zinderde van verwachting zoals dat enkel in de lente mogelijk is
en ik dus ook en dat was verdomd lang geleden
verwachting, verlangen, zoals een soort stoffige, lang vergeten verliefdheid
de herinnering daaraan plots vers, weer pril
dit nog verlaten park hield zoveel achter de hand, er was toen op dat moment, daar op die plaats weer zoveel mogelijk
zoveel meer dan in mijn dagelijkse realiteit waar alles zo vertrouwd, voorspelbaar en soms behoorlijk onontkoombaar is
dat mijn hart nog eens heerlijk bijna openbarstte van verlangen
mijn dochter zat stil in de buggy en ik vergat haar
mijn nog slapende man gomde ik even weg
en ik voelde spanning, verwachting, schoonheid, opwinding, verlangen
en ik weet: die realiteit, dat vertrouwde en voorspelbare is goed voor een mens,
goed voor mij vooral,
en ik zou het niet anders willen of kunnen
maar op dat moment, op die plaats was die realiteit er niet, of niet belangrijk
en dat was heerlijk bevrijdend

Ik liep door een straat, ik zag haar lopen
Ik weet niet wat er binnen was gekropen
Een traan
Viel op het plaveisel
Hé, ben jij dat, Wim van Nijssel?
Het blijkt weer weinig lastig om me tot Jiskefet te inspireren. Daarvoor excuses.
En daar laat ik het bij.
LikeLike
Je schrijft over de lente? 😉 Mooi!
LikeLike
Schoon en herkenbaar.
Op alle fronten.
LikeLike