
je denkt aan je dochter voorop
kraaiend en genietend
op de fiets
en jij dan lieve woordjes bij haar oor
dat nekje ruiken
en die krulletjes daar toen
waarvan je dacht dat ze altijd
bij haar zouden horen
hoe opeens
ineens
zo plots
ze nooit meer voorop want te groot
zelden achterop want ze fietst nu zelf
en nu het nog eens gebeurt
haar knieën in je billen prikken
en die prikkende knieën
je vervullen met trots
tot tranen toe roeren
net zoals die krulletjes in dat nekje
dat eens deden
aan hoe ze eerst nog
tussen handpalm en elleboog paste
eindeloos kwetsbaar
en toen je even weg keek
kort kuchte
je een kwartslag draaide
een nieuw universum zich aandient
waarin ze met haar ogen rolt
ironisch “oh, waauw” zegt
waar ze leunt
het ene been achteloos over het andere
waarin ze veelbetekenende blikken werpt
nonchalant huiswerk maakt
vol drama en overtuiging vertelt
en wij aan haar lippen
haar T-shirt in haar rokje propt
omdat ze in de spiegel iets zag
een glimp van vrouw
en wat zou kunnen zijn
een leven dat geruisloos openplooit
je denkt aan je dochter
die krulletjes slechts een herinnering
van iemand die zij allang niet meer is
je zou haar kunnen missen
maar haar knieën prikken in je billen
roepen je naar hier en nu
en wat een geluk
want ze was nooit mooier
dan hier
dan nu
Weeral een juweel! Over weemoed en geluk, over ouder worden, vasthouden en loslaten, over het leven….
LikeGeliked door 1 persoon