Miracel

Als een raket werd jij 9 jaar geleden in ons leven geschoten. Met een onwaarschijnlijke kracht en met oorverdovend veel lawaai. Wij werden compleet omver geblazen, dat ook. Niet voorbereid hierop. Verbaasd, ontroerd, verbluft door jouw zijn. Een beetje wankel maar ook tot over onze oren verliefd. Op zoveel kracht. Zo’n duidelijke wil. Zoveel onuitputtelijke energie. Zoveel onrust ook. En sinds 9 december 2015 zo aanwezig dat we geen enkel moment zouden kunnen vergeten dat jij er bent. Als jij in de kamer bent, is er niemand die dat niet geweten heeft.

Zoveel kracht en tegelijk zoveel kwetsbaarheid. Zoveel gevoel. Zo scherp, zo open. Alles komt bij je binnen, zonder filter. Alles zie en hoor je, je kan niet anders, alles moet verwerkt worden, geanalyseerd, je moet je ertoe kunnen verhouden, je wil het begrijpen, controleren. Alles is veel. Alles is vermoeiend soms. 

Wat een rollercoaster was en ben jij nog steeds. Soms schiet je de hoogte in. Als jij blij bent, is elke cel, elke vezel in je lijf blij. Dan stuiter je het huis rond en mogen wij allemaal meesurfen op die golf van vreugde. Soms duik je de diepte in. Als je boos bent bijvoorbeeld, dan dondert en bliksemt het hier binnen. Als je verdriet voelt of bang bent, voelen zelfs de keukenstoelen hier met je mee. Als je iets wil of net niet, kan daar geen enkele twijfel over bestaan. Dan word je dwingend, eisend, onbuigzaam. Tot je bent uitgeraasd en we nadien samen de juiste woorden zoeken. Het is verbijsterend hoe goed je dan begrijpt wat er gebeurde. Hoe scherp je inzicht. Hoe goed je woorden kan geven aan die complexe wirwar aan gevoelens en gedachten. 

Zo veel liefde heb jij in jou, ook dat is véél en intens en hartstochtelijk. Liefde voor ons, voor je familie, je vrienden. Je geniet zo van samen zijn, van spelletjes spelen, van verbinden, van knuffelen. Jij die als kleuter geknuffel vooral als beklemmend ervoer en je zo snel mogelijk uit de voeten maakte als iemand toch een poging waagde. Intussen vind je niets heerlijkers dan je in de armen te nestelen van wie je liefhebt. Ik kan er zo van genieten om te zien hoe jij ook je vrienden of je nichtjes zo gemakkelijk, zo behaaglijk en vertrouwd, even vastpakt. Dat geknuffel is uiteraard steeds van korte duur, er is intussen alweer zoveel aan het gebeuren dat je niet zou willen missen. 

En dan zijn er nog dieren. Je verdriet was groot toen onze kippen werden doodgebeten. Na al die uren die je had doorgebracht in het kippenhok. Al die gesprekken met je lievelingskip, Hartediefje, op schoot. Al jaren smeek je om een écht huisdier, dus verrasten we je voor je negende verjaardag met Flora en Fientje. Moeder en dochter, 2 katjes uit het asiel. Gestuiter door het huis alom natuurlijk, jij én de katjes. Jullie zijn aan elkaar gewaagd qua energie en speelsheid. Maar je eeuwige onrust verdwijnt als Fientje op je schoot luid spinnend in slaap valt. Je hoeft dan even níet alles te doen, alles te weten, alles te begrijpen, alles te zien. Enkel dat beestje aaien, steeds opnieuw, zodat ze zich veilig en geliefd voelt. 

Ik heb al zoveel van je, door je, met je geleerd. Je bent soms een spiegel. Je zoektocht en je twijfels zijn soms contronterend herkenbaar. En dus zoeken we samen. Groeien we samen.

Want als ik je ‘s avonds in bed vertel dat je geen controle hebt over wat anderen over je denken. Enkel over hoe je over jezelf denkt, hoe je tegen jezelf spreekt. Dat je er voor kan kiezen je eigen beste vriend te zijn. Steunend, supporterend, begripvol en zacht. Dan spreek ik ook tegen mezelf. 

Als ik mee met je zoek naar hoe je die boosheid, die onzekerheid, die angst er kan laten zijn zonder dat ze jou controleren. Dat ze er mogen zijn, je ze mag zien, maar je kan kiezen je aandacht te verplaatsen. Naar wat fijn voelt, waar je van genoten hebt, wat wél goed gaat, waar je dankbaar voor bent, waar je naar uitkijkt, hoe je gegroeid bent. Dat wat je aandacht geeft, groeit. Dan heb ik het ook tegen mezelf. 

Als ik je vertel over fouten maken. Dat dat mag, moet zelfs, om te groeien, te leren. En dat dat vreselijk eng is. Dat er geen juiste of foute keuze is. Dat je enkel leert door te proberen, het proces aan te gaan. Als ik je vertel over vallen en opstaan. Over de leerkuil. Dat je gewoon moet beginnen, ook al zie je enkel die eerste stap en weet je nog niet wat daarna, hoe het gaat aflopen, of het gaat lukken. Dan spreek ik ook tegen mezelf. 

Als ik je leer je gedachten te laten zijn. Dat ze niet samenvallen met jou. Als ik je vertel dat het allemaal stemmen zijn die om het hardst roepen om je aandacht. En dat je hen rustig kan laten roepen daar in je hoofd. Maar hun volumeknop misschien wat zachter kan draaien en je aandacht verplaatsen, van je hoofd vol gedachten naar dat lijf van jou. Naar je buik, waar geen gedachten zijn. Waar niemand roept. Waar je enkel de rustige deining van de adem voelt. Op en neer. Eb en vloed. Samen met het zachte geklop van je hart. Als een lied. Je lijf dat niet denkt, niet vooruit plant, niet terugkijkt, dat alleen maar is. Je wonderlijke, wijze lichaam dat je zoveel toont. Andere dingen dan je gedachten je willen laten geloven. Dat je op dat zachte, troostende ritme in slaap kan vallen. Dat jij dit óók bent. Dan luister ik ook weer even naar het lied van míjn lichaam. 

Als ik je vertel dat ik van alle stukjes Mira houd, van alle versies die jij bent. De bange, de enthousiaste, de onrustige, de liefdevolle, de onzekere, de energieke, de drukke, de boze, de verbindende, de begripvolle Mira. Dat ze er allemaal mogen zijn. Dat ik je zie. Je helemaal zie. En dat ik van elk celletje Mira houd. (Zélfs van de celletjes die scheten laten.) Dan probeer ik ook zo naar mezelf te kijken. 

Ik kan niet ophouden als ik één keer begin over jou te schrijven. Er is nog zoveel te vertellen. Zo schreef ik ook een veel te lang tekstje op je verjaardagskaartje. Vanmorgen legde je halverwege mijn tekst met nochtans een prachtige opbouw, het kaartje zuchtend weg: “de rest ga ik een ander keertje lezen”. Ik denk dus dat ik hier beter afrond en vermoed dat je deze tekst al helemaal niet zelf zal willen lezen. Tenzij ik er heel wat tekeningen en gekke letters aan toevoeg misschien. Of misschien mag ik het eens voorlezen terwijl Fientje op je schoot ligt te slapen. Of leest je 14-jarige, 20-jarige, 36-jarige versie dit later misschien wel zelf. 

Hoe het ook zij. Onthoud vooral dit: ik hou van elk celletje, mijn allerliefste dochter, van elk Miracelletje. 

2 gedachten over “Miracel

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren