zondvloed

in de zetel steunend tegen wat kussens en je raakt diep ontroerd door de zuivere, tere stem van Jakub Józef Orliński en je las ergens dat hij ook een breakdancer is, je ogen branden maar je leest verder en op pagina 166 schrijft Hertmans over een zwarte ibis: ‘Misschien dacht ik, is het geheim stomweg dit: volhouden, ook al lijkt er geen enkele reden toe, jij daar met je vleugels open en je ogen dicht tegen de zondvloed die over je heen komt’, je houdt even je adem in maar er komt geen zondvloed de kamer binnen, enkel een dochter in streepjespyjama met haar kattenmuts op, ze kan niet slapen en nestelt zich op jou, warm en tevreden (haar muts spint haast), jullie luisteren nu samen naar Orliński en ze vraagt: was dat nu een zanggeeuw nadat je geeuwend probeerde mee te zingen en dat was het exact zeg je, een zanggeeuw, en je kust haar op haar neus waar heel voorzichtig de eerste zomersproeten zijn verschenen en nu moet ze weer naar bed zeg je na een tijdje en jij even later opnieuw alleen in de zetel (je mist haar warme lijf al), je ogen dicht, wachtend op een zondvloed die soms zo dichtbij voelt of enkel op de slaap waar Orliński je zacht maar gedecideerd heen leidt

Een gedachte over “zondvloed

Plaats een reactie