het rijmt een beetje

mag ik gewoon
een beetje schoon
voor boven op mijn kast

mag ik gewoon
een beetje schoon
voor ’s avonds op de tast

een schelleke van uw zachte buik
een stukske oor of een brokske arm
het maakt mij eigenlijk niet zoveel uit
als het maar van u is: schoon en warm

oude mensen

Samen zaten ze op hun vertrouwde bankje. Ze had vanmorgen haar rimpels nog geteld en voelde zich plots ontzettend oud. Nooit eerder had ze er zo over nagedacht maar vanmorgen had ze met een schok beseft dat ze een oude vrouw geworden was. Ze keek naar een foto van vijftig jaar geleden. Ze had lange, krullende, zwarte haren gehad die nu grijs en dood als stro over haar hoofd gedrapeerd zaten. De vrouw op de foto had blozende wangen en keek guitig in de camera met een aanstekelijke levenslust. Ze was altijd een optimistisch, levenslustig persoontje geweest en mensen hielden er van haar in de buurt te hebben. Nog steeds vroegen vele bewoners regelmatig of ze mee kwam kaarten en bloemschikken omdat de vervelende stiltes er dan zelden waren. Ze had altijd iets te vertellen en zorgde voor gegiechel en lachsalvo’s met haar sappige verhalen.

Vanmorgen was ze het kwijt. Ze keek in de spiegel en voelde hoe de moed haar in de schoenen zonk. Ze zag er uit alsof ze haar hele leven in bad had gezeten: klein, gerimpeld, verschrompeld, krom. Zonder haar bril op leek het nog mee te vallen, maar haar bril moest op en dan zag ze een gezicht vol plooien, kraters en ongewenste haren. Ze herkende zichzelf nauwelijks. Ze had dit natuurlijk al vaak gezien, maar vandaag, op haar tachtigste verjaardag, leken de rimpels zich in één nacht razendsnel vermenigvuldigd te hebben. Ze liep leeg. Het leven vloeide uit haar en ze voelde zich plots verslagen en wanhopig. Ze was zo moe en voelde zich ontzettend oud.

‘Ik ben ontzettend oud.’ Haar gekwelde stem. Tranen welden op en ze keek hem angstig en hartverscheurend droevig aan. Hij moest haar redden van de angst en wanhoop die haar sinds vanochtend hadden overvallen. Ze had haar doemgedachten proberen te bannen, ze had de eendjes gevoederd, gekeken naar spelende kinderen en getracht haar positieve zelf terug te vinden. Ze was er niet in geslaagd. Ze wou maar één ding en dat was gaan slapen en niet meer wakker worden. Hij glimlachte, haalde een verfrommeld zakje tevoorschijn en legde het in haar open hand. ‘Gelukkige verjaardag.’ Met de trillende handen waar ze zo’n hekel aan had, prutste ze het touwtje los en opende het zakje. Glazen oorbellen die op grote druppels leken. Ze hield ze voorzichtig in de lucht zodat het waterige herfstzonnetje in het glas weerkaatste. Ze vond ze prachtig. Haar reeds vermoeide armen liet ze in haar schoot ploffen en één oorbel rolde uit haar hand en viel tussen de bladeren. Een traan drupte van haar kin. ‘Ik kan ze niet dragen, ik heb geen gaatjes.’

Hij wist dat. Hij was een man met een plan.

Even later verlieten ze het rustige park en wandelden het drukke winkelcentrum binnen. Ze had nooit echt kunnen wennen aan de drukte en het gejaag, waar toen zij jong was nog geen sprake van was. Ze zuchtte en voelde een grote drang om terug naar haar kleine kamertje te gaan en daar een potje te gaan huilen. Maar hij was jong, sterk en vastberaden en stuurde haar voorzichtig door de massa. Ze vonden een klein winkeltje en alweer nam hij de leiding en trok haar de winkel binnen. Een verbaasde verkoopster vroeg of ze het heel zeker wist. Hij knikte in haar plaats en even later zat ze op het stoeltje. Haar onderlip trilde een beetje en haar oude handen waren nat van het zweet. Ze was doodsbang en voelde tegelijk een soort opwinding die ze al jaren niet meer had gevoeld. Het voelde zoals toen ze als tiener haar eerste plaat had gekocht. Of als ze een nieuwe jurk had of een nieuw kapsel. Dan was dat een week lang het eerste waar ze aan dacht als ze wakker werd en het zorgde voor warme kronkels in haar buik. ‘Houd uw hoofd stil alstublieft, mevrouw.’ Een hele korte pijnprikkel en daarna een warm gloeiend geklop in haar oorlel. Zo ging het twee keer en voor ze het wist, stond ze alweer recht en rekende hij af. Hij glimlachte breed en zei dat hij haar de moedigste vrouw op aarde vond. Ze mocht nog even in het spiegeltje kijken. Twee kleine diamantjes schitterden aan haar oren en ze grinnikte. Een beetje verdwaasd schuifelde ze de winkel weer uit en keek hoopvol rond om te zien of mensen haar opmerkten. Ze had gaatjes en diamantjes. Dat moesten de mensen zien. Een oplettende ziel zou zien hoe ze veel rechter, vlotter en trotser tussen de mensen stapte dan toen ze net daarvoor bijna de winkel moest worden binnengeduwd.

Een hele week werd ze wakker met warme kronkels in haar buik. Enkele weken later mochten de glazen oorringen erin en ze voelde zich jong, mooi en vrouw. Ze liet voortaan haar bril op het kastje liggen als ze ‘s ochtends in de spiegel keek. Ze dacht dan aan al die oude mensen die al negentig of ouder waren. Daar stond ze nog zo ver van af.

iedereen wil zo’n gaatje

schaterende handjes gillende beentjes bolle wangen guitige oogjes. ze vallen zacht van de ene zon in de andere in de andere in de andere. ze kennen geen verdriet dat echt genoeg is en duwen met hun wijsvinger gaten in de dikke wolken als het licht weg is. onder zo’n gaatje is er voor hen altijd zon. de vogels ontstaan wanneer zij lachen. ze vliegen in grote cirkels boven hun hoofden en verspreiden zich daarna in bossen en boven vijvers. ze hebben alle kleuren en zingen want ook zij kennen geen echt verdriet. ze vallen zacht van de ene tak in de andere in de andere in de andere.

ze vallen zacht want ach wat is nu echt verdriet

dichter

Zo zitten we uren langs het water. We klimmen op één van de oude kranen waar je eigenlijk niet op mag. Prachtige houten kranen zijn dat, met binnenin een droomnest voor duiven. We zaten er in de zomer, als de laatste hitte met de zon verdween en genoten van de zonsondergangen. Nu zitten we er in het donker in de vrieskou. We praten over de liefde en drinken rode wijn. Ik leer je vooral daar kennen, op de kraan aan het water. We kruipen dicht tegen elkaar en kijken naar de prachtige boten die voorbij varen. En we vertellen aan elkaar wie we zijn en wie we niet zijn en waarom. We weten vaak niet waarom.

Jij hebt vaak geen woorden en ik heb er veel te veel. Alleen als we wijn drinken wordt het anders. Wijn maakt mij traag en stil, wijn doet jou praten.

Het fijnste vind ik jouw gezicht in mijn hand. Ik probeer het vaak, je ganse gezicht te omvatten met mijn hand. Als je gezicht in mijn hand rust, voel ik dat dit het dichtste is dat we kunnen geraken. We willen graag dichter, maar dichter is moeilijk. Dus jouw hoofd in mijn hand doet ook steeds een beetje pijn.

en zijn familie

Vooraan loopt de vader met hoed, pijp en wandelstok. Het kleinste meisje draagt een dikke oranje winterjas en treuzelt veel. Kleine jongetjes zeulen met rugzakjes en een paraplu. Ze springen in modder en plassen en hangen af en toe aan mijn hand. Ik draag dan eens een rugzak, dan eens een paraplu, deel bananen en appels uit en soms wandelt mijn lief dicht bij mij. Zijn hand houd ik nog steeds graag vast. Het ruikt zo heerlijk naar pijp en bos en modder en af en toe komt de zon door de bomen piepen. Enkele uren later drinken we warme chocomelk uit bekertjes om warm te worden, en in het Duitse dorpje eten we Apfelkuchen rond een mooie grote houten tafel. ’s Avonds in het warme huis dansen we bij de houtkachel en zingen liedjes voor de jarige die mijn lief is. Als de kindjes op zolder slapen en dromen van boswandelingen en riviertjes, zitten we in pyjama’s met boeken en sigaartjes in de zetel. ’s Morgens klauteren de twee zusjes die ik nooit heb gehad bij mij in het warme bed en verstoppen zich als de moeder hen zoekt. In de warme keuken schuiven we ’s middags aan tafel, eten pompoensoep en boterhammen. De kleintjes klimmen in de boom van de buurman, slingeren tussen de kippen en springen op elkaars schaduw. Mijn lief en ikzelf gaan nog even wandelen tussen de vele velden die zich achter het huis bevinden. Het is een zonnige winterdag, zwijgend praten we en vinden het goed zo.

oliebollen

Ze woonde bij ons in huis maar we wisten niet veel over haar. Ze was een bizar meisje. Wij zaten met de jongens op woensdagavond altijd samen in de keuken te praten, zij kwam meestal pas lang na middernacht thuis en kwam dan bij ons zitten. Eén van de eerste weken kwam ze thuis met maar één schoen aan. We vroegen wat er gebeurd was en dan haalde ze haar schouders op. Na wat doorvragen kwam ze met zo’n vaag verhaal aanzetten. Ze had een steentje in haar schoen, die uitgedaan, het steentje eruit geschud en toen ze haar voet weer in haar schoen wilde steken, was haar schoen verdwenen. We geloofden er niets van. Of ze het dan niet bizar vond, dat haar schoen zomaar verdwenen was? Er verdwijnen wel vaker dingen, zei ze dan peinzend en daarmee was het onderwerp afgesloten. Ze zat vaak bij het groepje van zwervers die zich ’s avonds rond de fontein verzamelden. Ze viel van uitzicht helemaal uit de toon, droeg meestal zwierige jurkjes, zag er heel verzorgd uit en had een echt engelengezichtje. Maar ze werd er geduld en dronk moedig mee Cara Pilsjes. Er gingen vaak joints rond, maar daar zei ze steeds nee tegen. Niet dat ze daar uit principe tegen was, dat was het probleem niet. Het paste gewoon niet bij haar, het stond haar niet. Terwijl ze het zei, keek ze ons aan alsof wij dat natuurlijk allemaal ook meteen gezien hadden. En wij maar knikken, het staat je niet.

Ze kwam een keer helemaal nat thuis. Het was iets met de fontein, maar wat er precies gebeurd was, daar deed ze weer heel vaag over. We waren dat ondertussen al gewoon. Ze droeg een witte zomerjurk met bloemetjes en die was nu een beetje doorzichtig geworden. Haar oranje onderbroek tekende zich af tegen de dunne stof. Wij staarden allemaal een beetje naar haar die avond. Ze zag er zo onbeholpen, onschuldig en lief uit en tegelijk heel aantrekkelijk met haar ronde billen waar haar jurk zo tegenaan plakte. Slierten haar plakten in haar gezicht, ze leek een beetje een verwilderd hert. Zo zei ik het achteraf tegen de andere jongens, zij vonden dat melig. Riepen dat ze er gewoon ongelooflijk sexy uitzag. We gingen haar vanaf die avond anders bekijken, dat was zeker. Na een week bekenden wij alledrie verliefd op haar geworden te zijn.

Elke ochtend deed ze bloos op, zo noemde ze dat. Zodat ze de hele dag onweerstaanbaar kon blozen. Soms rookte ze een sigaret omdat ze vond dat de lucht daarna zoveel frisser leek. Ze hield ongelooflijk van kermissen en schuimde het hele land af zodat ze bijna elk weekend ergens, zelfs in de kleinste boerengaten, kon genieten van haar kermis. ‘s Avonds kwam ze dan opgewonden en uiteraard blozend thuis en kon ze niet ophouden met praten. Ik had een hekel aan kermis, maar op zo’n moment hing ik aan haar lippen. Ik moest een keertje met haar mee. Als ze besliste dat je mee ‘mocht’ had je weinig keus, je was uitverkoren en zou je heilige taak zonder morren vervullen, zo hoorde dat. Ze wilde alle cliché dingen doen die er te vinden zijn op een kermis. Van botsauto’s rijden tot oliebollen eten. Terwijl ze het poeder van een grote oliebol in mijn gezicht blies, staarde ik naar de mensen. Ik durfde nooit te lang naar haar kijken omdat ik haar dan zou gaan kussen, dat wist ik zeker. Ze kuste me wel eens op de mond, maar dat deed ze ook bij de andere jongens. Studeren leek ze nooit te doen, ze was niet vaak thuis en leek overal maar wat rond te fladderen. Ze kwam nooit met een jongen naar huis, maar moet wel vriendjes gehad hebben in die twee jaren dat ze bij ons woonde. Het was vaak ochtend als ze thuis kwam, dan liep ik haar bijna omver in de deuropening omdat ik dan, te laat zoals gewoonlijk, naar de les stormde. Ze had dan zo’n schittering in haar ogen en mompelde iets over een fijne nacht. Groen van jaloezie zat ik even later druk te noteren in de aula.

Op een woensdagnacht zat ik alleen in de keuken. De andere twee jongens waren niet thuis die avond en ik zat in mijn eentje op haar thuiskomst te wachten. Het werd laat en ik viel in slaap aan de keukentafel. Ik werd enkele uren later wakker van een hand in mijn nek. Ze zat naast me en staarde me met glazige ogen aan. Ze had te veel gedronken. Ik grapte of dat door de Cara Pilsjes kwam, maar zij schudde heel serieus haar hoofd. Ze werd altijd heel rustig en ernstig van alcohol. Ze bleef naar me turen en probeerde oogcontact te maken. Je kijkt me nooit echt aan, zei ze. Dat is jammer. Toen keek ik haar wel aan en we kusten, lang en intens. Ik maakte me geen illusies maar het was heerlijk. Ze kwam tegen me aanleunen en legde mijn hand op haar borst. Je moet me helemaal openvouwen, zei ze. Maar wel voorzichtig. We vreeën die nacht en ik zag in glimpen het verwilderd hert terug. ’s Morgens was ze natuurlijk verdwenen maar er lag een briefje. Ik moet naar de kermis. Ik zal een grote beer voor je schieten. ’s Avonds had ze een grote, roze beer voor me mee en ze plantte een zachte kus op mijn mond toen ze hem mij overhandigde. Ik vond de beer vreselijk maar gaf hem toch een plaatsje in mijn kamer. Ze gaf ons vaak geschenkjes en kwam nadien controleren of we ze wel gebruikten. Alsof ze wist dat het eigenlijk waardeloze troep was. Ze hield van waardeloze troep, haar kamer stond er vol mee.

Tussen ons bleef het na die nacht als vanouds. Ik had niets anders verwacht maar ik vond toch wel steeds moeilijker om haar met andere jongens te zien en te weten dat ze van iedereen en van niemand was. Op het einde van het jaar besloot ik te verhuizen. Toen ik vertrok, huilde ze een beetje. Ze zei dat ik haar nooit mocht vergeten. Alsof iemand haar ooit kon vergeten. Ze leek een beetje verloren, maar dat beeldde ik me vast in. Ze had een envelop gemaakt en gaf die met me mee. Er zaten gedichten in die ze uit verschillende boekjes had gescheurd. Gewone, platte, melige rijmpjes over de liefde, daar hield ze van. Ze had er iets bijgekrabbeld, in haar kinderlijk handschrift. Die nacht met jou was echt fijn, een beetje zoals een dagje kermis. Zorg volgende keer voor oliebollen achteraf.

vrolijk dichten

Elke dag vertel je ‘t haar,
als het moet over de telefoon.

Dat houd je vol, al twintig jaar:
Liefste, ge zijt zo schoon

Als ze de prei in stukjes snijdt
of zit te lezen in het bad

als je op zondag met haar vrijt
Ge zijt zo schoon, mijn schat

Nu kijk je naar haar mager lijf
en haar lege, dode ogen

Je staat recht, buigt een beetje stijf
en zegt: ‘k Heb al die tijd gelogen.

Gij waart nu echt een lelijk wijf.

waai !

Kom heel rustig binnen:

Wees vriendelijk en beleefd, veeg uw schoenen zorgvuldig af, geef me een zachte, aarzelende handdruk en kus me voorzichtig op m’n wang, net iets te dicht bij mijn mondhoek, laat uw lippen ook net iets te lang mijn wang strelen, vraag of u even gebruik mag maken van mijn toilet, was uw handen achteraf zodat ze zacht zijn en lekker ruiken, leg mijn tijdschriften recht nadat u er even door bladerde, bekijk mijn schilderijen en houd uw hoofd af en toe schuin terwijl u dat doet, loop naar mijn boekenkast en prijs me om mijn smaak, proef mijn cake en lik uw vingers af, smak daarbij, maak een huppelpasje met mijn vliegenmepper in uw handen.

Haal daarna alles,
maar dan ook alles overhoop.

Alstublieft.

knutselen

Ze maken vlechtjes in haar haren want ze is nog een kind. Daarna geven ze kneepjes in haar wang en mag ze buiten gaan spelen, mama moet praten met de buurvrouw. Ze schommelt veel want de zon schijnt vandaag en dan is de schommel tenminste niet nat. Ze probeert niet te kijken naar wat zich binnen afspeelt maar ziet toch hoe mama voorovergebogen zit terwijl de buurvrouw haar wat onhandig probeert te omhelzen. Straks krijgt mama weer rode vlekken in haar hals en gezicht.

’s Avonds zit ze aan tafel en met haar nieuwe kartelschaar knipt ze alle zwarte gaten uit haar dag. Mama aait over haar hoofd en zegt dat het zo fijn is dat ze zich zo goed alleen kan bezighouden. In bed vouwt ze haar dag helemaal open en ziet alleen maar mooie dingen, zoals de schommel en de zon, de rest heeft ze weggeknipt. Ze heeft geleerd dat ze dan de mooiste dromen heeft.

Papa slaapt weer in de zetel vannacht.

elegant

Ze maant me aan tot stilte terwijl ze geconcentreerd de spin op het behang bestudeert. Menig andere vrouw zou gillend weglopen – het is een grote spin – maar zij vindt hem prachtig. Ze gilt ook, maar dan van opwinding. ‘Kijk hoe ze haar poten beweegt en hoe elegant ze over de muur kruipt!’ Ik kijk vanuit mijn zetel, ik zie een dikke, harige bol met lange poten en huiver. Ze ziet er mooi uit, ik wou dat ze bij mij kwam zitten.

Even later kruipt ze door de kamer. Ze doet de spin na. ‘Vind je me elegant Willem?’ Ik zie haar kont in de lucht, een bol haar waar haar hoofd zou moeten zitten en haar neus platgedrukt tegen de vloer. Elegant is niet meteen het eerste woord dat in me opkomt. ‘Vind je me elegant??’ Ze gaat wat harder schreeuwen en hijgt van de inspanning. Woorden als ‘onnozel’, ‘idioot’, en op het laatst ‘schattig’ schieten door mijn hoofd.

‘OF JE ME ELEGANT VINDT?’ Ik zie dat ze zo gaat omvallen. Ik hou van haar agressie. Ik denk nog eens aan de drie woorden en zeg geeuwend: ‘Ik vind je schattig Spinnetje, kom je nu bij mij in de zetel?’

Ze springt wild recht en haar haren vliegen alle kanten op. Ze recht haar rug en kijkt me met ogen vol vuur aan. ‘Als je me niet elegant vindt, bekijk je het maar voor vanavond.’ Kordaat loopt ze naar de deur en gooit die met een harde klap achter zich dicht.

Dat laatste, dát was elegant, denk ik terwijl ik haar langs de achterdeur zie wegrennen.